Mag Berend Botje kinderen weigeren op basis van vaccinatiegegevens?

20-05-2019

Vorig jaar oktober heeft Tweede Kamerlid Raemakers een wetsvoorstel ingediend om kinderdagverblijven de mogelijkheid te geven niet-gevaccineerde kinderen te weigeren. Het voorstel loopt parallel aan een wereldwijde stijging van het aantal uitbraken van de mazelen. Ook in Nederland is een stijging te zien nu de vaccinatiegraad al drie jaar daalt en onder de 95% ligt. Vooruitlopend op de wet voor kinderdagverblijven, heeft kinderopvang Berend Botje met 50 locaties aangekondigd niet-gevaccineerde kinderen te zullen weigeren. Maar kan dat zomaar? Hebben kinderdagverblijven wel het recht om te weten of kinderen zijn ingeënt, op basis van regels over gegevensbescherming?

Verwerking vaccinatiegegevens noodzakelijk voor weigeringsbeleid

Gegevens over vaccinaties zijn gegevens over de gezondheid van een kind en vallen daarmee onder de categorie bijzondere persoonsgegevens op grond van art. 9 lid 1 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Bijzondere persoonsgegevens mogen onder de AVG in beginsel niet worden verwerkt, tenzij één van de uitzonderingen van art. 9 lid 2 AVG van toepassing is. Dat wil zeggen, als kinderdagverblijven de gegevens over vaccinaties verwerken, dan moet er ofwel een wettelijke grondslag zijn, ofwel toestemming worden gegeven door de ouders voor de verwerking. De vraag is echter of kinderdagverblijven deze gezondheidsgegevens echt verwerken. Volgens de Raad van State is dat wel het geval, blijkt uit een advies bij het wetsvoorstel van Raemakers. Volgens de Raad is het praktisch niet mogelijk om dit beleid bij een kinderdagverblijf te voeren, zonder een bestand aan te leggen. Inderdaad, het is lastig voor te stellen dat een kinderdagverblijf een weigeringsbeleid voert, zonder dat wordt bijgehouden welke kinderen gevaccineerd zijn en welke kinderen vanwege hun leeftijd nog gevaccineerd moeten worden.

Toestemming ouders of wettelijke grondslag voor verwerking vaccinatiegegevens

Als hiervoor toestemming wordt gegeven door de ouders, dan is dat vanuit gegevensbeschermingsrechtelijk perspectief geen probleem. In dat geval lijkt het wetsvoorstel onnodig, omdat dan al wordt voldaan aan het gegevensbeschermingsrecht. De Raad van State laat dan ook doorschemeren dat kinderdagverblijven hun eigen (weigerings)beleid mogen voeren, binnen de grenzen van het recht op gelijke behandeling en het recht op bescherming van persoonsgegevens.

Toestemming voor het verwerken van deze gezondheidsgegevens lijkt echter niet de meest voor de hand liggende basis. Immers, als ouders geen toestemming geven – en op basis daarvan geweigerd worden – of naar een kinderdagverblijf uitwijken dat geen weigeringsbeleid voert, verandert dat niets aan de onderliggende problematiek. De vaccinatiegraad gaat niet omhoog en de kans op een mazelenuitbraak wordt dan juist groter bij kinderdagverblijven zonder weigeringsbeleid, zoals ook rechtsfilosoof Roland Pierik en ethicus Marcel Verweij meermalen hebben betoogd.

Hun voorstel is dan ook om deelname aan het Rijksvaccinatieprogramma wettelijk te verbinden aan toegang tot de kinderopvang. Dit zou inderdaad voorzien in een wettelijke grondslag, zoals bedoeld in art. 9 lid 2 sub g AVG. Bovendien ondervangt dit wel de dalende vaccinatiegraad: een aantal ouders zal over de streep worden getrokken om hun kind wel te laten vaccineren, om zo toegang te krijgen tot kinderopvang. Als daarmee een vaccinatiegraad van boven de 95% wordt gehaald, is de groepsimmuniteit zodanig dat ook ongevaccineerde kinderen beschermd zijn – kinderen krijgen de vaccinatie tegen onder andere de mazelen bij 14 maanden en 9 jaar – evenals mensen die op andere wijze afhankelijk zijn van groepsimmuniteit .

Noodzaak, proportionaliteit en subsidiariteit van verwerking vaccinatiegegevens

Zo’n wettelijke grondslag grijpt natuurlijk wel in op de privacy van kind en ouder. Hoewel ouders nog steeds de keuze hebben om niet te vaccineren, zullen zij bij niet vaccineren geen toegang meer hebben tot kinderopvang. De eerste vraag is daarom of deze maatregel wel noodzakelijk is. Daar kunnen we kort over zijn: dat is het. Zonder groepsimmuniteit zullen er niet alleen mazelenuitbraken zijn, ook kunnen andere besmettelijk en dodelijke ziekten weer de kop opsteken. Dat dit geen verleden tijd is, laten de laatste cijfers in de EU en de EER zien. Alleen al in april 2019 werden 1548 ziektegevallen gemeld in 22 staten. Ook de WHO heeft alarm geslagen. De organisatie berichtte dat in 14 maanden tijd meer dan 100.000 ziektegevallen en 90 aan mazelen gerelateerde sterfgevallen in de hele Europese regio zijn geregistreerd. Het voorkomen van het uitbreken van levensgevaarlijke besmettelijke ziekten voldoet zeker aan het juridisch vereiste van een dringende maatschappelijke behoefte.

Ook kunnen we vaststellen dat de maatregel proportioneel en subsidiair is. Sommige ouders zullen hun kinderen laten vaccineren vanwege de gevolgen die geen toegang tot kinderopvang met zich mee kunnen brengen. Voor die ouders is de keuze dus een minder vrije, maar ze worden niet strafrechtelijk vervolgd als ze hun kinderen niet laten inenten. Bovendien wordt met dit voorstel – in tegenstelling tot het wetsvoorstel van Raemakers – een maatschappelijk probleem niet bij individuele kinderdagverblijven gelegd. Het belang van de samenleving weegt in dit geval op tegen de inbreuk op de privacy. Een minder vergaande maatregel is ook niet goed denkbaar; in andere landen gaan ze juist verder. In Italië worden zelfs schoolgaande kinderen geweigerd als zij niet zijn gevaccineerd. Frankrijk, Duitsland en België kennen boetes en in uiterste gevallen gevangenisstraf, voor het niet vaccineren.

Kortom, het lijkt erop dat kinderdagverblijven nu al hun eigen (weigerings)beleid mogen voeren, mits zij voldoen aan het toestemmingsvereiste van de AVG. Het wetsvoorstel van Raemakers is in dat opzicht niet nodig. Het voorstel van Pierik en Verweij haalt daarentegen de problematiek weg bij individuele kinderdagverblijven en voldoet aan de vereisten van een dringende maatschappelijke behoefte, proportionaliteit en subsidiariteit. Een praktische vraag blijft of kinderdagverblijven dan niet nog steeds vaccinatiegegevens, en dus gezondheidsgegevens, moeten verwerken. Immers, er zal in enig opzicht moeten worden nagegaan of een kind is gevaccineerd of niet. Als de wetgever het voorstel van Pierik en Verweij overneemt, dan zal voor de gegevensverwerking een wettelijke grondslag zijn, en wordt voldaan aan 9 lid 2 sub g AVG.


Dit artikel is ook te vinden in het dossier Jeugd & onderwijs

Van onze partners

Privacy in de zorg

→ Lees meer

Opleiding Privacy in het sociaal domein - 3 daags

→ Lees meer

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over privacy, cybersecurity en data. Abonneer op onze gratis nieuwsbrief.

Abonneer