Wat zijn de criteria van de Europese privacytoezichthouders voor het uitvoeren van een DPIA?

Antwoord

De Europese privacytoezichthouders hebben 9 criteria opgesteld om te beoordelen of uw voorgenomen verwerking van persoonsgegevens een hoog privacyrisico oplevert voor de betrokken personen. Als vuistregel kunt u hanteren dat u een DPIA moet uitvoeren als uw verwerking aan 2 of meer van de onderstaande 9 criteria voldoet.

1. Beoordelen van mensen op basis van persoonskenmerken

Het gaat hierbij onder meer om profiling en het maken van prognoses, met name op basis van kenmerken als iemands beroepsprestaties, economische situatie, gezondheid, persoonlijke voorkeuren of interesses, betrouwbaarheid of gedrag, locatie of verplaatsingen.

Voorbeelden hiervan zijn een bank die de kredietwaardigheid van klanten bepaalt (creditscoring), een bedrijf dat DNA-testen aan consumenten levert om gezondheidsrisico’s te testen en een bedrijf dat bezoekers van zijn website volgt en op basis daarvan profielen van deze mensen opstelt.

2. Geautomatiseerde beslissingen

Het gaat hierbij om beslissingen die voor de betrokkene rechtsgevolgen of vergelijkbare wezenlijke gevolgen hebben. Zo’n gegevensverwerking kan er bijvoorbeeld toe leiden dat mensen worden uitgesloten of gediscrimineerd. Gegevensverwerkingen met geringe of geen gevolgen voor mensen vallen niet onder dit criterium.

Voor meer informatie, zie de guidelines over geautomatiseerde besluitvorming en profilering van de Europese privacytoezichthouders.

3. Stelselmatige en grootschalige monitoring

Het gaat hierbij om monitoring van openbaar toegankelijke ruimten, bijvoorbeeld met cameratoezicht. Hierbij kunnen persoonsgegevens worden verzameld zonder dat betrokkenen weten wie hun gegevens verzamelt en wat daar vervolgens mee gebeurt. Bovendien kan het onmogelijk zijn voor mensen om zich in openbare ruimten aan deze gegevensverwerking te onttrekken.

4. Gevoelige gegevens

Het gaat hierbij om bijzondere categorieën van persoonsgegevens (zie artikel 9 van de AVG), zoals informatie over iemands politieke voorkeuren. Ook strafrechtelijke gegevens vallen hieronder. Tot slot gaat het hier ook om gegevens die over het algemeen als privacygevoelig worden beschouwd, zoals gegevens over elektronische communicatie, locatiegegevens en financiële gegevens.

5. Grootschalige gegevensverwerkingen

De AVG geeft geen definitie van ‘grootschalige gegevensverwerkingen’. De Europese privacytoezichthouders adviseren om met de volgende criteria te bepalen of hiervan sprake is:

  • de hoeveelheid mensen van wie gegevens worden verwerkt;

  • de hoeveelheid gegevens en/of de verscheidenheid aan gegevens die worden verwerkt;

  • de tijdsduur van de gegevensverwerking;

  • de geografische reikwijdte van de gegevensverwerking.

Zie ook: wat ziet de AVG als een grootschalige verwerking van persoonsgegevens?

6. Gekoppelde databases

Het gaat hierbij om gegevensverzamelingen die aan elkaar gekoppeld of met elkaar gecombineerd zijn. Bijvoorbeeld databases die voortkomen uit twee of meer verschillende gegevensverwerkingen met verschillende doelen en/of uitgevoerd door verschillende verantwoordelijken, op een manier die betrokkenen niet redelijkerwijs kunnen verwachten.

7. Gegevens over kwetsbare personen

Bij het verwerken van dit type gegevens kan een DPIA nodig zijn omdat er sprake is van een ongelijke machtsverhouding tussen de betrokkene en de verantwoordelijke. Dit heeft als gevolg dat betrokkenen niet in vrijheid toestemming kunnen geven of weigeren voor het verwerken van hun gegevens. Het kan hierbij om bijvoorbeeld werknemers, kinderen en patiënten gaan.

8. Gebruik van nieuwe technologieën

De AVG is er duidelijk over dat een DPIA nodig kan zijn bij het gebruik van een nieuwe technologie. De reden hiervoor is dat dit gebruik gepaard kan gaan met nieuwe manieren om gegevens te verzamelen en gebruiken, met mogelijk grote privacyrisico’s.

De persoonlijke en maatschappelijke gevolgen van het gebruik van een nieuwe technologie kunnen zelfs nog onbekend zijn. Een DPIA helpt de verantwoordelijke dan om de risico’s te begrijpen en te verhelpen.

Sommige ‘Internet of Things’-toepassingen bijvoorbeeld kunnen een grote impact hebben op het dagelijks leven en de privacy van mensen, waardoor hierbij een DPIA nodig is.

9. Blokkering van een recht, dienst of contract

Het gaat hierbij om gegevensverwerkingen die tot gevolg hebben dat betrokkenen:

  • een recht niet kunnen uitoefenen of;

  • een dienst niet kunnen gebruiken of;

  • een contract niet kunnen afsluiten.

Bijvoorbeeld een bank die persoonsgegevens verwerkt om te bepalen of zij een lening aan iemand willen verstrekken.

Verantwoordingsplicht

Let op: deze 9 criteria zijn een handreiking om in te schatten of u een DPIA moet uitvoeren. Ook als u aan slechts één of geen van deze criteria voldoet, moet u goed kunnen onderbouwen waarom u ervoor kiest om geen DPIA uit te voeren. Dit maakt onderdeel uit van de verantwoordingsplicht.


Datum: 10 november 2020
Bron: Autoriteit Persoonsgegevens