Wat kunnen scholen doen om docenten te beschermen tegen stiekeme opnames van digitaal thuisonderwijs?

Vraag

Docenten voelen zich ongemakkelijk bij het feit dat bij digitaal onderwijs thuis stiekem opnames gemaakt kunnen worden van de docent. Onlangs is er een filmpje op sociale media rondgegaan van een belabberde les, opgenomen door een ouder die de kwaliteit niet kon aanzien. Een horrorscenario voor docenten. Ik zou graag willen weten wat scholen kunnen doen om hun docenten te beschermen. Misschien een soort van contractje voor leerlingen?

Antwoord

In een tijd waarin digitaal thuisonderwijs (vooralsnog) de standaard is, ontstaan veel nieuwe situaties en uitdagingen met betrekking tot privacy. Zo is het niet alleen belangrijk dat de privacy van leerlingen wordt gewaarborgd, maar ook die van docenten. Door het digitale thuisonderwijs is er niet altijd zicht op het gedrag van leerlingen. Dit kan uiteindelijk resulteren in onwenselijke situaties, zoals het stiekem opnemen van lessen en deze vervolgens op internet verspreiden.

Het is dus van groot belang maatregelen te treffen waardoor de privacy van docenten kan worden beschermd. In dat kader luidt het advies om gedragsregels of richtlijnen op te stellen die betrekking hebben op digitaal thuisonderwijs. Deze gedragsregels kunnen bijvoorbeeld inhouden dat:

  • het voor leerlingen verboden is om opnames te maken van lessen die zij online volgen, en dat het verspreiden, bewerken en/of delen van beelden op internet en/of social media vanzelfsprekend helemaal niet is toegestaan;
  • het voor leerlingen verboden is om schermafbeeldingen van video’s en chatgesprekken met docenten en andere leerlingen te maken;
  • alleen leerlingen zelf de lessen mogen volgen, en toehoorders net als in een gewone les in beginsel niet gewenst zijn;
  • de reguliere gedragsregels (die gelden voor fysiek onderwijs) ook van toepassing zijn op digitaal thuisonderwijs.

Verder dienen leerlingen goed op de hoogte zijn van deze regels. Het wordt daarom aangeraden dat docenten aan het begin van elke les deze regels duidelijk maken en (een samenvatting van) de gedragsregels/richtlijnen laten zien aan de leerlingen. Ook wordt aanbevolen om deze gedragsregels/richtlijnen op te nemen in het leerlingenstatuut. Docenten kunnen er daarnaast goed aan doen om bijvoorbeeld aparte instructievideo’s op te nemen en deze ook ter kennis van ouders te brengen, waardoor leerlingen (en hun ouders) mogelijk minder snel geneigd zijn om lessen stiekem op te nemen.

Relevante wetgeving

Bij het publiceren/openbaar maken van opnames op social media is het tevens van belang om naar de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: “AVG”) te kijken. Door de Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: “AP”) wordt aangegeven dat personen op foto’s of filmpjes vrijwel altijd identificeerbaar zijn, waardoor de AVG van toepassing is. (1)

Artikel 2 lid 2 sub C AVG bepaalt dat de AVG niet van toepassing is op de verwerking van persoonsgegevens “door een natuurlijke persoon bij de uitoefening van zuiver persoonlijke of huishoudelijke activiteit”. Door de AP wordt aangeven dat deze uitzondering alleen geldt indien (2):

  • een persoon privé publiceert (en dus niet namens een bedrijf);
  • een persoon uitsluitend voor eigen of huishoudelijke doeleinden publiceert (en niet voor professionele of commerciële doeleinden);
  • de informatie alleen zichtbaar is voor een beperkte kring mensen, zoals familieleden of vrienden, waarbij de gegevens niet openbaar mogen zijn voor iedereen of bijvoorbeeld voor “vrienden van vrienden” op Facebook;
  • de (persoons)gegevens niet via zoekmachines te vinden zijn.

Wanneer aan bovenstaande cumulatieve voorwaarden wordt voldaan, is de AVG niet van toepassing. Hoewel uit de parlementaire geschiedenis volgt dat het niet altijd duidelijk is wanneer een beroep kan worden gedaan op voornoemde uitzonderingsgrond in de context van social media, zal de persoon (de ouder) die de opnames op LinkedIn of openbaar of Facebook heeft geplaatst waarschijnlijk geen beroep toekomen op deze uitzonderingsgrond. In het geval een les enkel wordt opgenomen, en verder niet wordt gepubliceerd/openbaargemaakt, kan er mogelijk wel sprake zijn van deze uitzonderingsgrond. Het opnemen van de les kan overigens wel al kwalificeren als verwerking van persoonsgegevens.

Op LinkedIn zijn berichten namelijk veelal toegankelijk/zichtbaar voor een grote groep mensen en kunnen dus vrij gemakkelijk ook “viral” gaan, waardoor de informatie waarschijnlijk niet slechts voor een beperkte kring toegankelijk was. Een mogelijk beroep van de ouder op de uitzonderingsgrond van persoonlijk en huishoudelijk gebruik zal dus waarschijnlijk niet opgaan. Dit betekent dat de AVG wel van toepassing is, de ouder kwalificeert als verwerkingsverantwoordelijke en er een grondslag moet zijn voor de verwerking van de persoonsgegevens (het plaatsen van de opnames van de docent op LinkedIn). Die kan onder omstandigheden bestaan, maar zal gezien de impact die een publicatie heeft op de docent niet lichtvaardig kunnen worden aangenomen.

Naast de AVG kan andere wetgeving ook relevant zijn. In 2019 hebben de Ministers Van Engelshoven en Slob in het kader van het ongevraagd maken en verspreiden van opnames die tijdens (fysieke) lessen zijn opgenomen (3), bevestigd wat eerder door Minister Dekker (Rechtsbescherming) is aangegeven: “Onrechtmatig vastgelegde beelden, bijvoorbeeld beelden die heimelijk zijn vastgelegd, mogen uiteraard niet worden verspreid. Hiertegen kan worden opgetreden op grond van artikel 139g in samenhang met 139f Wetboek van Strafrecht (WvS). Daarnaast is het mogelijk dat beelden die op zichzelf rechtmatig zijn, op een strafbare wijze gepubliceerd worden. Bijvoorbeeld wanneer de beelden zodanig worden gepresenteerd dat sprake is van bedreiging (artikel 285 WvS), smaad of laster (artikel 261/262 WvS) of belediging (artikel 266 WvS). In deze gevallen kan aangifte worden gedaan bij de politie. Wanneer er sprake is van een strafbaar feit zoals online bedreiging of belediging, kan er contact met het betreffende social media bedrijf worden opgenomen“ (4) Op basis van het voorgaande kan het heimelijk maken van opnames van docenten en het delen ervan dus zelfs resulteren in strafbare gedragingen. Hierbij dient opgemerkt te worden dat er onder omstandigheden wel een rechtvaardigingsgrond kan bestaan. Het dient in dergelijke gevallen immers te gaan om wederrechtelijke opnames.

Verder kan een (niet in opdracht) geportretteerde zich op grond van het portretrecht ex artikel 21 Auteurswet verzetten tegen openbaarmaking wanneer hij een redelijk belang heeft dat zich verzet tegen openbaarmaking. De te maken belangenafweging kan tot gevolg hebben dat het publiceren van foto’s of opnames van herkenbare personen een schending van het portretrecht oplevert.


Voetnoten:

(1) https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/onderwerpen/foto-en-film/beeldmateriaal

(3) Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Kamerbrief over sociale veiligheid onderwijspersoneel, 11 juli 2019.

(4) Kamervragen (Aanhangsel) 2017-2018, nr. 828.

Datum: 23 april 2021