Kamerbrief over uitkomsten externe toetsing verstrekking persoonsgegevens van COA aan politie

01-02-2021

Minister Grapperhaus en staatssecretaris Broekers-Knol informeren de Tweede Kamer over de actuele stand van zaken rond gegevensverstrekking van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) aan het Nationaal Vreemdelingen Informatieknooppunt (NVIK) van de politie. Zij sturen een rapport over een externe toets van de gegevensverstrekking van het COA aan de politie mee met de Kamerbrief.

Met deze brief informeren wij u over de actuele stand van zaken rond gegevensverstrekking van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) aan het Nationaal Vreemdelingen Informatieknooppunt (NVIK) van de politie. Op 16 juli jl. is uw kamer geïnformeerd over de beslissing van het COA om de gemaakte afspraken over het verstrekken van persoonsgegevens aan het NVIK extern te laten toetsen.(1) Het desbetreffende rapport van Privacy Management Partners (PMP) treft u bijgevoegd aan.

Het COA heeft de verstrekking van de dagelijkse bezettingsgegevens aan het NVIK stopgezet. Deze informatie werd vooral gebruikt voor de analyse –en informatieproducten van het NVIK. De gegevensverstrekking aan de politie ten aanzien van overlastgevende asielzoekers, de TOP-X aanpak en individuele signalen aangaande nationale veiligheid hebben niet ter discussie gestaan, dit is in de tussenliggende periode voortgezet. Ook kon de politie blijven beschikken over informatie van vreemdelingen aan wie een meldplicht is opgelegd. Het COA werkt aan het op zo kort mogelijke termijn weer delen van de signalen mensenhandel / mensensmokkel. Bij individuele zaken wordt in geval van strafvordering de informatie al gedeeld met de politie.

Uitkomsten externe toets

In het externe onderzoek heeft PMP gekeken naar de verwerking van (bijzondere) persoonsgegevens door het COA en de verstrekking van deze gegevens aan het NVIK. PMP concludeert dat het COA een grondslag heeft voor de verwerking van persoonsgegevens op basis van een taak van algemeen belang. Wel wordt door PMP voorgesteld om de wettelijke grondslag voor het verwerken van bijzondere persoonsgegevens te expliciteren in de wet COA (zie verder toelichting bijlage 1).

Voor de gegevensverstrekking van het COA aan het NVIK concludeert PMP dat het NVIK in de onderbouwing voor de verstrekking van (bijzondere) persoonsgegevens van het COA aan het NVIK duidelijk heeft omschreven op welke manier gegevens vanuit het COA kunnen bijdragen aan de goede uitvoering van haar taken.

PMP stelt dat in het onderzoek de evenredigheid van de verwerking bij NVIK van de dagelijkse bezettingsgegevens van het COA onvoldoende vast is komen te staan. Evenredigheid houdt volgens het rapport van PMP kort gezegd in dat de impact die de verwerking op betrokkenen heeft, in verhouding moet staan tot het doel. Het COA zal deze gegevens dan ook niet langer verstrekken. In het rapport van PMP wordt geadviseerd om in plaats van de oude werkwijze het NVIK de mogelijkheid te bieden om via een portalfunctie specifieke gegevens op te laten vragen in de Basisvoorziening Vreemdelingen (BVV), een ketenvoorziening waarin vreemdelingengegevens worden opgeslagen.

Nieuwe werkwijze informatiedeling tussen het COA en de politie

Het NVIK heeft in lijn met bovengenoemd advies een alternatieve werkwijze uitgewerkt om de benodigde gegevens, die voorheen door het COA werden aangeleverd, op te vragen. Door gebruik te maken van informatie uit de BVV kan het NVIK gericht persoonsgegevens opvragen in het kader van toezicht op de naleving van de vreemdelingenwet. De BVV maakt dit mogelijk zonder dat er hiervoor een nieuwe portal of informatiesysteem moet worden gecreëerd. Omdat de dagelijkse bezettingsgegevens van het COA niet op de oude wijze met de politie worden gedeeld, is het niet nodig om in lijn met de bevindingen van het rapport een convenant tussen het COA en het NVIK op te stellen. Het NVIK werkt momenteel de mogelijkheid verder uit om binnen de bestaande privacywetgeving analyse en informatieproducten te produceren op basis van gegevens uit de BVV. Hier wordt vooral gekeken naar het gevolg van de nieuwe werkwijze voor van de informatieproducten die het NVIK maakt voor ketenpartners. Over het bovenstaande zal uw Kamer zo snel mogelijk worden geïnformeerd.

Conform de bevindingen en het advies van de functionaris gegevensbescherming (FG) van de politie, worden de betreffende verzameling van persoonsgegevens verwijderd en de systemen geschoond.

Ten slotte heeft de politie een concept Data Privacy Impact Assessment (DPIA) gemaakt over het verwerken van individuele verblijfsgegevens van vreemdelingen door NVIK. Dit concept is op 12 januari gedeeld met de FG van het COA. De FG van het COA is akkoord gegaan met verstrekken vanuit het COA aan de politie en de FG van de politie is akkoord gegaan met het verwerken door NVIK van deze beperkte set gegevens.

Data Protection Impact Assessment (DPIA) van het COA

Zoals toegezegd in de beantwoording van 22 september jl. (2) van de schriftelijke vragen van de leden Verhoeven en Van Beukering-Huijbregts over het bericht ‘Politie en COA overtreden privacywet' doen wij u hierbij tevens de inmiddels niet meer van toepassing zijnde DPIA van het COA toekomen.

Het NVIK maakt nu gebruik van de BVV. Hiervoor zal een nieuwe beoordeling van de privacy impact gemaakt worden.

De Minister van Justitie en Veiligheid,

Ferd Grapperhaus

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

Ankie Broekers-Knol

Voetnoten

1) Kamerstukken II 2019/20, 19 637, nr. 2646.

2) Kamerstukken II 2019/20, nr. 3663.

Bijlagen

Bijlage 1: grondslag verwerking persoonsgegevens door het COA

PIA-workshop Stap 2 - Vragenlijst COA project Privacy Impact Assessment Rijksdienst (PIA)

Grondslag en verstrekkingen COA Een externe toets op de rechtmatigheid


bron: Rijksoverheid

Van onze partners

Privacywetgeving in de opsporing: de Wpg voor BOA's

→ Lees meer

Handboek DPIA's

→ Lees meer

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over privacy, cybersecurity en data. Abonneer op onze gratis nieuwsbrief.

Abonneer