Kamerbrief over internationaal perspectief Digitale Overheid

13-10-2020

Staatssecretaris Knops stuurt de Tweede Kamer een brief over het delen van internationale inzichten, het delen van geleerde lessen en het leren van andere landen om samen een goed werkende digitale samenleving te bereiken.

In deze ongewone tijd waarin het COVID-19 virus Nederland en de wereld in zijn greep houdt, is digitalisering urgenter dan ooit en is de digitale transformatie in een stroomversnelling geraakt. Of het nu gaat om digitale overheidsdiensten, telewerken of digitaal onderwijs. Innovatieve digitale oplossingen bieden kansen voor een duurzame en inclusieve maatschappij. Digitale transformatie is meer dan ooit nodig om aan het herstel van onze maatschappij te werken en daar speelt de overheid, in nauwe samenwerking met kennisinstellingen en bedrijven, een belangrijke rol in.

Met de agenda NL Digibeter(1) leveren we een belangrijke bijdrage aan de digitale transformatie van de overheid. Op dit vlak is al veel bereikt binnen deze kabinetsperiode. Deze agenda vormt een goede basis om lessen in internationaal verband te delen en samen te werken aan maatschappelijke digitale opgaven. Integrale digitale dienstverlening op basis van levensgebeurtenissen houdt niet bij de grenzen op. Of het nu bijvoorbeeld gaat om studeren, werken of reizen. Dat vraagt om samenwerking binnen en ook buiten Europa.

Recentelijk heb ik het initiatief genomen om met een aantal landen, die zich voor dezelfde uitdagingen gesteld zien als Nederland, samen te gaan werken. Doel van deze Coalition of the Willing is om gezamenlijk resultaten te bereiken en van elkaar te leren. Daarnaast heb ik vorig najaar een Digitaliseringsmissie naar Singapore geleid. Deze missie stond in het teken van digitale transformatie. Met zestig personen uit het bedrijfsleven, startups, wetenschap en de overheid hebben we bezoeken afgelegd om kennis uit te wisselen op het gebied van de digitale overheid en technologische toepassingen.

Internationale samenwerking binnen en buiten Europa is van groot belang. Deze brief gaat in op het delen van internationale inzichten, het delen van geleerde lessen en het leren van andere landen om samen een goed werkende digitale samenleving te bereiken.

Internationale inzichten

In Singapore heb ik gezien hoe de overheid vanuit de “whole-of-governmentapproach” de digitale overheid vormgeeft. Hierbij worden gezamenlijke activiteiten uitgevoerd door verschillende ministeries en overheidsdiensten om een gemeenschappelijke oplossing te bieden voor maatschappelijke opgaven. Dit gebeurt vanuit een samenwerkingsmentaliteit om gemeenschappelijke nationale resultaten te bereiken en de burger of het bedrijf centraal te zetten. De focus daarbij ligt op het ontwerpen van dienstverlening vanuit de leefwereld van mensen en bedrijven, waarbij tevens geïnvesteerd wordt in de capaciteit van ambtenaren om dit te realiseren. De inzichten die ik vanuit de missie naar Singapore heb meegenomen, staan niet op zichzelf. Landen zoals Estland en Denemarken kennen een vergelijkbare aanpak. Overheden die internationaal vooroplopen op het gebied van digitale overheid, hebben een aantal overeenkomsten. Ik noem er vier:

1. Eenduidige sturing: één overheid
Burgers en bedrijven moeten de digitale dienstverlening van de overheid als één overheid ervaren en niet onnodig worden geconfronteerd met verschillende organisaties en loketten. Ook in Nederland hebben we voorbeelden waarbij we als één overheid optrekken en zo daadkrachtig resultaten boeken; denk daarbij bijvoorbeeld aan de aanpak bij het Citrix incident begin dit jaar en de wijze waarop op hele korte termijn het Rijks-video-vergadersysteem Webex is uitgerold. De manier waarop gezamenlijk en naar buiten toe diensten geleverd worden als één overheid, zou ik graag willen voorzetten de komende periode.

2. Focus op dienstverlening: vanuit de leefwereld van mensen en bedrijven
Het idee om te werken en te ontwerpen vanuit levensgebeurtenissen is niet nieuw. Ik zet hier al op in vanuit de agenda NL DIGIbeter.(2) Wat ik meeneem vanuit mijn internationale ervaring is dat we collectief stap voor stap per levensgebeurtenis onze overheidsdienstverlening opnieuw moeten bekijken. In één levensgebeurtenis komen vaak veel (digitale) diensten samen. Door hier als overheidsdienstverleners samen aan te werken worden processen beter op elkaar afgestemd en verbonden vanuit een levensgebeurtenis. Hierdoor ervaren gebruikers geen verschillende loketten maar zoveel mogelijk één klantvriendelijke overheid.

3. Technologie: werk gestandaardiseerd, modulair en herbruikbaar
Om digitale dienstverlening voor burgers en bedrijven te ontsluiten, hebben we een digitale infrastructuur nodig die dit faciliteert. Eén van de belangrijkste lessen is dat digitale dienstverlening niet alleen draait om websites en apps. Het gaat ook om een digitale architectuur waarin we modulair werken en de IT-onderdelen van overheidsorganisaties als bouwstenen samen een logisch geheel laten vormen. Deze bouwstenen moeten goed op elkaar aansluiten. Meer sturen op standaardisatie, modulariteit en herbruikbaarheid zorgt ervoor dat digitale diensten efficiënter worden en beter op elkaar aansluiten, zodat burgers en bedrijven geen onnodige verschillen tussen overheden ervaren.

4. Mensen: capaciteit opbouwen
In veel succesvolle landen wordt geïnvesteerd in medewerkers die aan de digitale transformatie van de overheid werken. Zij creëren waarde voor onze maatschappij en juist daarom is het belangrijk de kennis over digitalisering op hoog niveau te brengen en te houden. Ook in Nederland zijn we daarmee bezig. Ik vind het belangrijk dat we over de hele breedte, van beleid tot uitvoering zorgen dat ambtenaren over het nodige I-bewustzijn en I-vakmanschap beschikken. Nieuw beleid kent in de uitwerking daarvan steeds vaker Iimplicaties, die bij aanvang al goed op waarde moet worden geschat en doordacht. Dit werkt immers diep door tot en met de uiteindelijke dienstverlening aan burgers en bedrijven.

Digitale transformatie vraagt om samenwerking

De transformatie van de digitale overheid is niet van de één op andere dag te realiseren. De kunst is om met een langetermijnvisie, over kabinetsperiodes heen, stap voor stap deze transformatie te realiseren. Om dit te bereiken is internationale samenwerking essentieel. Nederland behoort internationaal tot de groep van koplopers op het gebied van digitalisering en mensgerichte inzet van technologieën. Door van andere koplopers te leren en onze geleerde lessen te delen, gezamenlijk beleid te formuleren en concrete projecten te realiseren, kunnen we elkaar versterken.

Met Singapore gaat het vooral om kennisuitwisseling, met de Coalition of the Willing wil ik concrete projecten realiseren. Deze informele coalitie met mijn ambtsgenoten uit België, Duitsland, Denemarken, Estland, Frankrijk, Finland en Portugal gaat samenwerken aan praktische vraagstukken. Ieder vraagstuk zal worden geconcretiseerd in acties waarop deze landen in duo’s het voortouw nemen in realisatie ervan. Veelbelovende resultaten zullen uiteindelijk ook met andere EU-landen worden gedeeld. Dit samenwerkingsverband heeft een andere invalshoek en samenstelling dan de D9, die gericht is op digitale economie. Waar mogelijk worden dwarsverbanden gezocht.

Gemeenschappelijke thema’s

De samenwerking binnen de Coalition of the Willing richt zich op de volgende digitale vraagstukken, die voortborduren op de inzichten die in internationaal verband zijn opgedaan: mensgerichte inzet van artificiële intelligentie, digitale dienstverlening over grenzen heen, de ontwikkeling van digitale identiteit, data en open source en informatieveiligheid. Deze gemeenschappelijke thema’s staan ook hoog op de agenda van de Europese Commissie.

1. Mensgerichte inzet van Artificiële intelligentie
De Europese Commissie heeft een aantal initiatieven genomen op het gebied van Artificiële Intelligentie, zoals het ‘Coordinated plan Artificial Intelligence’ en het Witboek over kunstmatige intelligentie dat lidstaten heeft gestimuleerd om dit onderwerp steviger op te pakken. Het Nederlandse beleid ondersteunt deze initiatieven en onderscheidt zich door de mensgerichte en lerende aanpak, ook in publiek private samenwerking. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan verbreding van kennis en opschaling via labs en hubs.

De mens centraal stellen, al lerende doen en samen resultaten boeken, is mijn motto voor de digitale overheid. Daarom werk ik samen met andere overheden aan concrete use cases en daag het bedrijfsleven uit op vraagstukken van de overheid, zoals inclusie en een leven lang ontwikkelen.

2. Digitale dienstverlening over grenzen heen
Burgers en bedrijven moeten de digitale dienstverlening van de overheid als één overheid ervaren en niet onnodig worden geconfronteerd met verschillende organisaties en loketten. De Kamerbrief over de toekomst van de Generieke Digitale Infrastructuur(3) (GDI) onderstreept deze richting naar één overheid. Verder zal het inzicht om dienstverlening vorm te gegeven volgens de leefwereld van de gebruiker in concrete use cases met landen binnen de Coalition of the Willing worden uitgewerkt. Ook de Europese Single Digital Gateway(4) verordening vraagt van de Europese lidstaten dat er gewerkt gaat worden aan één platform waarop een aantal belangrijke levensgebeurtenissen voor Europese burgers in het Nederlands en Engels ontsloten worden. Grensoverschrijdende diensten zijn bijvoorbeeld verhuizen of studeren in een andere Europese lidstaat. Momenteel wordt onderzocht of de ‘moments of life’ app van Singapore, die is ontwikkeld vanuit de levensgebeurtenissen van de gebruiker zoals het registreren van de geboorte van een kind, kan worden vertaald naar de Nederlandse situatie. Hierbij wordt goed gekeken naar privacy, want Singapore maakt hierin niet altijd dezelfde keuzes als Nederland en de Europese Unie.

3. Ontwikkeling van digitale identiteit
Via de Europese verordening elektronische identificatie en vertrouwensdiensten wordt het voor burgers en bedrijven mogelijk gemaakt om via nationale authenticatie-oplossingen toegang te krijgen bij digitale overheidsdiensten in andere lidstaten. Digitale identiteit heeft enorme potentie, zowel economisch als maatschappelijk en het vergroot het vertrouwen in de overheid. Interoperabiliteit van digitale identiteiten tussen lidstaten vormt een fundamentele bouwsteen in de digitale transformatie. Vanuit mijn departement wordt momenteel een brede beleidsvisie op digitale identiteit ontwikkeld. Ook wordt meegewerkt aan Europese en landelijke initiatieven op het gebied van Self Sovereign Identity (SSI) met Blockchain om eenvoudiger, betrouwbaarder en veiliger digitaal samen te leven.

4. Data en open source
Data en open source platforms maken het mogelijk om te experimenteren en publiek-privaat samen te werken en zo tot betere oplossingen te komen. Interoperabiliteit tussen en uitwisseling van data is hierbij een belangrijk aandachtspunt. Ook bij de beheersing van de Corona-crisis speelt uitwisseling van data een grote rol. Datadeling vraagt niet alleen binnen Nederland maar ook over de grenzen heen om grote zorgvuldigheid. We kunnen hierbij leren van de ervaringen van andere landen zoals Denemarken met de open source oplossing voor hun digitale berichtenbox.

Met de herziene richtlijn open data en hergebruik overheidsinformatie van de Europese Commissie wordt beoogd om overheidsdata beter en sneller beschikbaar te krijgen en obstakels voor mogelijk hergebruik weg te nemen. Verwacht wordt dat de Europese Commissie eind 2020 een voorstel doet voor een set van hoogwaardige publieke datasets, die als open data kosteloos in heel Europa voor hergebruik beschikbaar zullen zijn.

5. Informatieveiligheid
Om digitale overheidsdienstverlening blijvend veilig aan te bieden, is het niet alleen nodig dat het eigen huis op orde is (goed digitaal huisvaderschap), maar dat er ook stevig wordt ingezet op het voorbereid zijn op digitale ontwrichting. Informatieveiligheid is daarmee randvoorwaardelijk voor veilige en betrouwbare dienstverlening. Met de toenemende dreiging vanuit (statelijke) actoren en (beroeps)criminelen neemt dit belang alsmaar toe. Daarom investeer ik in oefenen en in één gezamenlijk basisnormenkader voor informatieveiligheid binnen de hele overheid, gebaseerd op de internationaal erkende en actuele ISOnormatiek. Vanuit mijn stelselverantwoordelijkheid voor de publieke sector organiseer ik 26 oktober, in de Europese maand van cybersecurity, wederom een overheidsbrede cyberoefening. Beter voorbereid zijn voor wanneer het een keer, onverhoopt, misgaat.

De samenwerking binnen de Coalition of the Willing richt zich in het bijzonder op deze vijf thema’s, die de betrokken landen binnen deze informele coalitie gezamenlijk hebben omarmd. Hierbij zal ook aandacht worden besteed aan geleerde lessen op digitaal gebied tijdens COVID-19. Over de voortgang hiervan zal ik u voorjaar 2021 informeren.

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

drs. R.W. Knops

Voetnoten

1) Agenda Digitale Overheid: NLDIGIbeter actualisatie 2020, nr. 26643-700
2) Agenda Digitale Overheid: NLDIGIbeter actualisatie 2020, nr. 26643-700
3) Kamerbrief met reactie op rapporten over governance en financiering Generieke Digitale Infrastructuur (GDI), nr. 26643-706.
4) Voortgangsrapportage implementatie Single Digital Gateway verordening, nr. 2212-2890.


bron: Rijksoverheid

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over privacy, cybersecurity en data. Abonneer op onze gratis nieuwsbrief.

Abonneer