Kamerbrief over elektronische gegevensuitwisseling in de zorg

10-04-2019

Minister Bruins (Medische Zorg en Sport) stuurt de Tweede Kamer de 2e brief over de elektronische gegevensuitwisseling in de zorg.

Geachte voorzitter,

Goede en tijdige informatie-uitwisseling met de patiënt en tussen zorgprofessionals onderling is nodig voor goede kwaliteit van zorg. Zorgverleners beschikken te vaak niet over de informatie die ze nodig hebben en zijn teveel tijd kwijt met faxen of het op DVD branden van gegevens. Mensen moeten te vaak opnieuw hun verhaal vertellen terwijl ze denken “dokter dat weet u toch wel”. Daarom moet digitaal het nieuwe normaal worden en ga ik - zo schreef ik u in mijn eerste brief over versnelling van elektronische gegevensuitwisseling in de zorg van 20 december 2018 (1) - in concrete stappen elektronische gegevensuitwisseling wettelijk verplicht stellen.

Deze tweede brief over elektronische gegevensuitwisseling in de zorg start met een korte samenvatting van de vorige brief. Daarna ga ik in op de contouren van de naderende wettelijke verplichting en op de concept-‘Roadmap’: de eerste gegevensuitwisselingen die moeten worden gedigitaliseerd. Hiermee geef ik ook gehoor aan de motie van de leden Raemakers, van den Berg en Rutte van uw Kamer(2) om u over mijn inhoudelijke koers te informeren. In bijlage 1 ga ik tot slot kort in op enkele onderwerpen die in het Algemeen Overleg dat wij op 30 januari 2019 hadden aan bod kwamen en op enkele door uw Kamer daarna aangenomen moties.

Wat vooraf ging
In het belang van de patiënt, die recht heeft op kwalitatief goede zorg - en goede informatievoorziening en gegevensuitwisseling zijn daarvoor randvoorwaardelijk - kondigde ik in mijn brief van 20 december 2018 aan de belemmeringen in elektronische gegevensuitwisseling aan te pakken. In deze brief schetste ik de aan te pakken tekortkomingen in elektronische gegevensuitwisseling en mijn voornemen tot wettelijke verplichting van elektronische gegevensuitwisseling en kondigde ik de Roadmap aan.

Door gebrekkige elektronische gegevensuitwisseling in de zorg worden vermijdbare fouten gemaakt, moeten mensen steeds weer opnieuw hun verhaal vertellen, moeten zorgverleners gegevens telkens opnieuw intypen ten koste van de tijd voor patiënten en worden onderzoeken onnodig herhaald. Dat aanpakken is niet eenvoudig. Alle betrokken beroepsgroepen spreken namelijk hun eigen taal en die talen moeten op elkaar worden afgestemd in alle mogelijke gegevensuitwisselingen. Zo worden orale geneesmiddelen tegen stolling bijvoorbeeld orale anticoagulantia genoemd, wat door artsen soms wordt afgekort tot OAC. Door gynaecologen en huisartsen kan dat opgevat worden als orale anticonceptie, en dat is nogal iets anders. Omdat het gaat om veel beroepsgroepen en nog veel meer termen, is komen tot eenheid van taal dus veel werk. Daarnaast zijn er ook allerlei technische standaarden in gebruik die niet altijd op elkaar aansluiten, is er niet in elke regio al een infrastructuur beschikbaar voor elke gegevensuitwisseling en zijn niet alle benodigde voorzieningen (zoals een digitaal adresboek) aanwezig. Er zijn, kortom, tekortkomingen in eenheid van taal en in eenheid van techniek die moeten worden aangepakt om de elektronische gegevensuitwisseling te verbeteren.

Gelukkig gebeurt er op het gebied van digitalisering in de zorg al veel en is er de afgelopen jaren flink geïnvesteerd. Digitaal werken wordt in het domein van de jeugdgezondheidszorg al sinds 2010 voorgeschreven in de Wet Publieke Gezondheid, waarbij de financiering decentraal geregeld is. Ook heeft elektronische gegevensuitwisseling een prominente plek gekregen in Hoofdlijnenakkoorden, in programma’s zoals ‘Langer thuis’ en ‘Thuis in het verpleeghuis’ en in het rapport van de Taskforce ‘Zorg Op de Juiste Plek’.

Voor de periode 2017-2022 wordt meer dan 400 miljoen euro beschikbaar gesteld voor versnellingsprogramma’s (de zogenaamde VIPP-regelingen voor Versnelling van de Informatie-uitwisseling tussen Patiënt en Professional) in onder meer de GGZ, ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra. Dit jaar volgen er nog regelingen voor integrale geboortezorg, huisartsen, vrijgevestigden in de GGZ, de langdurige zorg en een vervolg programma voor ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra. Patiënten die dat willen, kunnen hierdoor ook de eigen informatie ophalen in persoonlijke gezondheidsomgevingen die voldoen aan het MedMijafsprakenstelsel. Ik heb recent aangekondigd dat het voor iedere Nederlander mogelijk wordt om de komende jaren kosteloos gebruik te maken van zo’n digitale persoonlijke gezondheidsomgeving.

Zorgaanbieders zijn dus druk bezig de uitwisseling van gegevens met de patiënt te verbeteren en het gebruik van de eigen gegevens door de patiënt te verhogen. Dat kan alleen als zorgprofessionals die gegevens zelf ook elektronisch registreren en elektronisch met elkaar uitwisselen. Ook daarom wil ik de onderlinge elektronische gegevensuitwisseling versnellen. Mijn ambitie is dat de gegevensuitwisseling in de zorg in Nederland in rap tempo volledig digitaliseert waardoor ook patiënten al hun eigen gegevens digitaal kunnen inzien en beheren. Met meer regie door de overheid dan tot nu toe, met meer tempo en met een wettelijke verplichting.

Lees hier de volledige kamerbrief

Bekijk hier de bijlage "Reactie op vragen en moties uit AO 30 januari 2019"

Bekijk hier de bijlage ''Beleid ten aanzien van infrastructuren in de zorg''

bron: Rijksoverheid

Van onze partners

Opleiding Privacy in het sociaal domein - 3 daags

Met deze driedaagse opleiding wordt u opgeleid tot privacy professional in het sociaal domein.

→ Lees meer

Cursus: werken aan een privacybewuste organisatie

Na deze afwisselende en interactieve cursus kunnen deelnemers een privacybewustzijnsproces in hun eigen organisatie initiëren.

→ Lees meer

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over privacy, cybersecurity en data. Abonneer op onze gratis nieuwsbrief.

Abonneer