Kamerbrief met reactie op brief VNO-NCW en MKB-Nederland over het UBO-register

03-12-2019

Minister Hoekstra van Financiën stuurt de Tweede Kamer een reactie op de brief van VNO-NCW en MKB-Nederland van 31 oktober 2019 over de Implementatiewet register van uiteindelijke belanghebbenden en andere juridische entiteiten.

Geachte voorzitter,

Hierbij stuur ik uw Kamer mijn reactie op de brief van VNO-NCW en MKBNederland van 31 oktober jl. over de Implementatiewet registratie van uiteindelijke belanghebbenden van vennootschappen en andere juridische entiteiten, conform het verzoek van de Vaste Commissie voor Financiën van uw Kamer van 20 november jl. Hierna ga ik puntsgewijs in op de onderwerpen uit de brief.

Raadplegen UBO-register door derden – privacy

Transparantie over wie achter vennootschappen en andere juridische entiteiten zit, is een belangrijk instrument in het voorkomen van het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen en terrorismefinanciering. Om die reden zijn hierover bindende afspraken gemaakt voor alle EU-lidstaten in de gewijzigde vierde anti-witwasrichtlijn. Het belang van transparantie is ook benadrukt in het plan van aanpak witwassen, dat de minister van Justitie en Veiligheid en ik op 30 juni jl. aan uw Kamer hebben gestuurd. Tegelijkertijd is de privacy van betrokkenen voor mij erg belangrijk. In de nota naar aanleiding van het verslag heb ik daarom aanvullende maatregelen aangekondigd om de privacy van UBO’s verder te waarborgen en misbruik van het register te voorkomen. Zo krijgen UBO’s inzicht in het aantal raadplegingen van hun gegevens, en wordt de identificatie van raadplegers verbeterd. Hiermee wordt de kans op misbruik verkleind, en wordt opsporen van kwaadwillenden effectiever. Voorts krijgen UBO’s hiermee de mogelijkheid om het gebruik van hun data te monitoren, en als er aanleiding hiertoe is de autoriteiten in te lichten.

In de brief van VNO-NCW en MKB-Nederland wordt voorgesteld om UBO’s niet alleen inzicht te geven in het aantal raadplegingen, maar ook in de identiteit van de raadpleger. Hoewel ik begrip heb voor deze behoefte zou dit in de praktijk tot onwenselijke situaties leiden. De verstrekking van de gegevens van raadplegers aan UBO’s zou immers het doel van het register ondermijnen. Denk hierbij aan een journalist die in het kader van een onderzoek naar malafide praktijken tracht een constructie met meerdere juridische entiteiten te doorgronden. Bovendien staat inzicht verlenen in de identiteit van de raadpleger op gespannen voet met de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Het verstrekken van persoonsgegevens van raadplegers aan UBO’s betekent dat persoonsgegevens worden verwerkt. De wijze van verwerking dient weliswaar een duidelijk doel maar is niet proportioneel. Deze zou niet in verhouding staan tot de inbreuk op de privacy van raadplegers, onder meer omdat er al een minder privacygevoelig middel is om misbruik van UBO-gegevens te voorkomen, en zo nodig in te grijpen, namelijk via de opsporingsautoriteiten. Met de aanvullende privacymaatregelen die ik heb aangekondigd wordt, onder meer, de mogelijkheid om op te sporen versterkt. Hiermee is binnen de kaders van de richtlijn een balans gevonden tussen de bescherming van de privacy van de UBO aan de ene kant, en de raadpleger aan de andere kant, en wordt de effectiviteit van het register gewaarborgd.

VNO-NCW en MKB-Nederland merken op dat onduidelijk is wanneer de oplevering van verbeterde identificatiemogelijkheden van de raadpleger is gepland. Zoals is aangegeven in de nota naar aanleiding van het verslag, wordt aangesloten bij de Wet Digitale Overheid. Dit wetsvoorstel is momenteel aanhangig bij uw Kamer en zal naar verwachting medio 2020 in werking treden. De aanvullende maatregelen zullen niet voor 10 januari 2020 gereed zijn en daarmee later onderdeel vormen van het register. De eerste 18 maanden na 10 januari worden echter gebruikt voor de vulling van het register. Er zal dan ook vanaf het begin nog geen sprake zijn van een volledig gevuld register. Tot die tijd zal daardoor ook het aantal opvragingen beperkt zijn. Streven is dat deze maatregelen binnen de hiervoor genoemde vultermijn worden gerealiseerd.

Afscherming gegevens bij onevenredig risico

In de nota naar aanleiding van het verslag ben ik ingegaan op de voorgenomen invulling van het afschermingsregime. Met het afschermen wordt bedoeld dat bepaalde UBO’s in het register niet zichtbaar zijn. Het afschermingsregime is een lidstaatoptie in de richtlijn waarvan alleen in uitzonderlijke omstandigheden, per geval en na gedetailleerde beoordeling gebruik kan worden gemaakt. Er is zorgvuldig gekeken hoe het afschermingsregime op een passende en uitvoerbare wijze gerealiseerd kan worden, passend binnen de richtlijn en zonder afbreuk te doen aan het doel van het register. De voorgenomen invulling sluit bovendien aan op het afschermingsregime bij een ander openbaar register met natuurlijke personen, namelijk het Kadaster. In de brief van VNO-NCW en MKB-Nederland wordt verwezen naar het bestaande afschermingsregime van het handelsregister. Dit is geen passend systeem voor het UBO-register. De drempel om gegevens af te schermen is daar weliswaar lager, maar bij deze afscherming wordt alleen het adres van de betrokkene afgeschermd en blijft de naam altijd zichtbaar. In het UBO-register is het adres van iedere UBO sowieso alleen in te zien door nader bepaalde autoriteiten en niet door derden. Bij afscherming worden de volledige persoonsgegevens van de betrokkene onzichtbaar gemaakt. De afscherming bij het UBO-register gaat dus verder dan bij het handelsregister.

Gezien de inhoudelijke informatie die met uw Kamer is gedeeld acht ik voorhang van het besluit waarin de afscherming wordt geregeld niet nodig. Daarbij is van belang dat de mogelijkheid tot afscherming van gegevens is gebaseerd op een al bestaande wettelijke grondslag, en dat verdere invulling aansluit bij het al bestaande afschermingsregime van het Kadaster.(1) Het besluit zal uiteraard nog aan de Raad van State worden voorgelegd voor advisering.

Daarnaast staan in de brief nog enkele specifieke vragen. Ten aanzien van het systeem van politiebescherming kan ik bevestigen dat hier geen verschil bestaat tussen gemeenten. Het betreft een generieke wettelijke regeling. In de brief wordt verzocht om, in geval van afscherming, ook de aard en omvang van het belang van de UBO af te schermen. Aard en omvang zijn gegevens die bij afscherming niet tot individuele personen zijn te herleiden. In de brief wordt aangegeven dat, in combinatie met de jaarrekening, alsnog de aard en omvang van het belang van een UBO tot een persoon kan worden herleid. De jaarrekening bevat echter geen gegevens over individuele personen, waardoor het herleiden tot personen niet aan de orde is.

Toegang Wwft-instellingen

In de brief wordt gevraagd om meer informatie over het tijdpad van het APadvies over de toegang voor Wwft-instellingen tot de aanvullende gegevens in het UBO-register. In het kader van het plan van aanpak witwassen heb ik mede namens de minister van Justitie en Veiligheid over verschillende vormen van gegevensdeling advies gevraagd aan de Autoriteit Persoonsgegevens. Dit advies heb ik nog niet ontvangen. Aan de hand van het advies vindt verder besluitvorming over dit onderwerp plaats. Als dit leidt tot wetgeving dan zal dit een separaat wetsvoorstel betreffen dat het reguliere wetgevingsproces zal doorlopen. Het exacte moment van uitbrengen van het advies staat niet vast, maar naar huidige verwachting zal het advies begin volgend jaar beschikbaar zijn.

Beursvennootschappen

VNO-NCW en MKB-Nederland verzoeken om duidelijkheid omtrent de UBOregistratie bij beursgenoteerde vennootschappen. Beursgenoteerde vennootschappen zijn conform het wetsvoorstel uitgesloten van de registratieplicht in het UBO-register. Ditzelfde geldt voor elke 100 procent dochtermaatschappij van de uiteindelijke beursgenoteerde vennootschap. Met andere woorden, partijen die direct of indirect 100 procent dochtermaatschappij zijn van een beursgenoteerde vennootschap zijn uitgesloten van de registratieplicht. De uitsluiting van beursgenoteerde vennootschappen volgt uit de vierde anti-witwasrichtlijn, en hangt ermee samen dat op beursgenoteerde vennootschappen reeds openbaarmakingsvereisten van toepassing zijn.

Hergebruik gegevens commerciële partijen en abonnementen

In de brief worden zorgen geuit over het hergebruik van UBO-gegevens door commerciële partijen. Van belang is dat de gegevens uit het UBO-register grotendeels persoonsgegevens zijn, en dat deze door de Kamer van Koophandel uitsluitend worden verstrekt voor het doel waarvoor zij zijn verkregen, namelijk het tegengaan van witwassen en het financieren van terrorisme. Verwerking of hergebruik van de gegevens met het oog op het commercieel verhandelen van deze gegevens is in strijd met de Algemene Verordening Gegevensbescherming. De Autoriteit Persoonsgegevens is belast met de handhaving hiervan en zal optreden bij oneigenlijk gebruik. Voorts heeft de Kamer van Koophandel ook het databankenrecht op de gegevens in het handelsregister.

Met betrekking tot de zorgen over abonnementen van UBO-gegevens geldt dat deze niet zullen worden aangeboden. Voorts zullen bulkleveringen niet plaatsvinden. UBO-gegevens zullen uitsluitend worden verstrekt op basis van één-op-één bevragingen.

Bureau ICT toetsing (BIT)

In de brief wordt tot slot gevraagd naar het advies van Bureau ICT-toetsing. Dit advies alsmede de beleidsreactie heb ik op 5 november jl. naar uw Kamer gestuurd.

Hoogachtend,

de minister van Financiën,

W.B. Hoekstra

Voetnoten

(1) Op grond van artikel 23 van de Handelsregisterwet 2007 kunnen bij algemene maatregel van bestuur beperkingen worden gesteld ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van personen in het handelsregister.


bron: Rijksoverheid

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over privacy, cybersecurity en data. Abonneer op onze gratis nieuwsbrief.

Abonneer