Beantwoording Kamervragen VU UvA Huawei

27-10-2020

Beantwoording van Kamervragen van de leden Wiersma en Weverling (beiden VVD) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat over het bericht ‘Amsterdamse universiteiten werken samen met omstreden techgigant Huawei’.

Vraag 1
Bent u bekend met het artikel ‘Amsterdamse universiteiten werken samen met omstreden techgigant Huawei’?(1)

Antwoord 2
Ja.

Vraag 2
Waarom acht u het verdedigbaar dat de Amsterdamse universiteiten een samenwerking met Huawei starten, terwijl veel andere Europese landen dit juist uit de weg gaan? Zijn deze landen kritischer? Acht u dat verstandig?

Antwoord 2
Het Nederlands hoger onderwijsstelsel wordt gekenmerkt door een hoge mate van autonomie voor de hogescholen en universiteiten. Deze is wettelijk geborgd in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). Het aangaan van een samenwerking is dan ook de verantwoordelijkheid van een instelling zelf. Dat betekent dat een universiteit bij elke samenwerking, nationaal en internationaal, een gedegen afweging dient te maken van de kansen en risico’s die een samenwerking oplevert. Een instelling is daarbij uiteraard gehouden aan bestaande wet- en regelgeving. Binnen Europa is verschil te zien in de manier waarop het hoger onderwijsstelsel in de landen is ingericht en welke vrijheden, bevoegdheden en verplichtingen voor instellingen daaruit voortvloeien. Gevolg daarvan is dat binnen Europa het beeld niet eenduidig is wat betreft het al dan niet aangaan van een samenwerking met Huawei. Er zijn Europese landen waar op nationaal niveau samenwerking met Huawei wordt afgehouden, maar er op instellingsniveau wel degelijk wetenschappelijke samenwerking met het bedrijf plaatsvindt. Er zijn ook individuele universiteiten die zich tegen samenwerking met Huawei hebben uitgesproken.

Vraag 3
Bent u het met de mening eens dat het onwenselijk is wanneer Chinese bedrijven investeren in nieuwe technologieën zoals AI terwijl er onduidelijkheid bestaat over de risico's van een dergelijke deal?

Antwoord 3
Het open karakter van onze samenleving vormt de grondslag voor de inrichting van onze maatschappij en de basis voor onze welvaart. We zijn zo open mogelijk en beschermen waar noodzakelijk.(2) Het doen van investeringen in bepaalde, nieuwe technologieën is essentieel voor het Nederlands concurrentievermogen op de lange termijn. Het kabinet is zich bewust van nationale veiligheidsrisico’s bij bepaalde investeringen, in aanbieders van de vitale processen of bij bepaalde ondernemingen die actief zijn op het gebied van hoogwaardige sensitieve technologie. Het kabinet werkt daarom aan een investeringstoets op nationale veiligheidsrisico’s.(3) Ook is een traject gestart om te onderzoeken in hoeverre aanvullende maatregelen gewenst zijn met betrekking tot de risico’s voor de (nationale) veiligheid van ongewenste kennis- en technologieoverdracht via de weg van (academisch) onderwijs en onderzoek. Daarin onderzoekt het kabinet ook de effectieve bescherming van onderzoeks- en onderwijsgebieden met een veiligheidsrelevantie.(4) In het najaar wordt uw Kamer geïnformeerd over de voortgang hierop.(5)

Naast deze trajecten beschikt het kabinet ook nu al over een breed instrumentarium ter waarborging van publieke belangen. Welk instrument wordt ingezet hangt af van het publieke belang dat in het geding is; de context waarin bijvoorbeeld een investering of overname plaatsvindt; en de afweging van economische belangen en veiligheidsbelangen. Op 2 juli 2020 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat uw Kamer over dit instrumentarium geïnformeerd.(6) Bovendien kunnen bedrijven en kennisinstellingen een beroep doen op de expertise en informatie van relevante onderdelen van de Rijksoverheid. Dit helpt instellingen en bedrijven bij het maken van een gedegen afweging tussen de kansen en risico’s, alvorens een besluit te nemen over het aangaan van een internationale samenwerking.

Vraag 4
Klopt het dat u, de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, in een apart gesprek de Universiteit van Amsterdam (UvA) 'nadrukkelijk' heeft gewezen op mogelijk grote risico's van de deal? Wat zijn de 'grote risico's' van de deal? Staat u daar nog steeds achter? Zo ja, waarom keurt u deze samenwerking dan goed? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 4
De universiteiten zijn vanuit hun autonomie op grond van de WHW zelf verantwoordelijk voor het besluit om – binnen de kaders van bestaande wet- en regelgeving – al dan niet een bepaalde (internationale) onderzoekssamenwerking aan te gaan. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft geen formele rol bij de goed- dan wel afkeuring daarvan, net zomin als de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De Universiteit van Amsterdam (UvA) en de Vrije Universiteit (VU) hebben OCW en EZK in een vroegtijdig stadium geïnformeerd over de voorgenomen samenwerking met Huawei Finland.(7) De UvA heeft, mede namens de VU, met medewerkers van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat gesproken over de samenwerking. Evenals in een vervolggesprek met de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en OCW zijn daarbij verschillende aspecten van de samenwerking aan bod gekomen. In de gesprekken met de universiteiten is gesproken over de kansen voor innovatie en wetenschappelijk onderzoek en is gewezen op mogelijke risico’s, zoals die naar voren komen in de recente jaarverslagen van de AIVD en de Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst (MIVD).(8)(9) De instellingen is nadrukkelijk verzocht om al deze aspecten mee te nemen in hun afweging.

Vraag 5
Hoe verhoudt de samenwerking van de Amsterdamse universiteiten met Huawei zich met de beleidsnotitie Nederland-China van het kabinet? Klopt het dat Nederlandse universiteiten daarin expliciet werden gewaarschuwd voor de 'geopolitieke powerplay' van China als het gaat met buitenlandse kennis en technologie? Waarom keurt u in dat licht deze samenwerking dan goed?

Antwoord 5
In de kabinetsnotitie ‘Nederland-China: Een nieuwe balans’ wordt geconstateerd dat China academische samenwerking inzet om belangrijke informatie en technologieën te verwerven. Dit brengt het risico van ongewilde kennis- en technologieoverdracht van Nederland naar China met zich mee. Daarom onderstreept deze kabinetsnotitie het belang van het maken van een afweging tussen de kansen en de risico’s van de samenwerking op de korte en de lange termijn.

De universiteiten zijn vanuit hun autonomie op grond van de WHW zelf verantwoordelijk voor het besluit om – binnen de kaders van bestaande wet- en regelgeving – al dan niet een bepaalde (internationale) onderzoekssamenwerking aan te gaan. Een hulpmiddel daarbij is de ‘Checklist voor samenwerking met Chinese Academische en Kennisinstellingen’ van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies (HCSS).(10) De Nederlandse overheid kan kennisinstellingen in voorkomende gevallen bijstaan bij het maken van die afweging, onder andere door middel van informatieuitwisseling en kennisdeling. De VU en de UvA hebben van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Naast het toepassen van de HCSS-checklist, hebben zij gesproken met EZK, OCW , AIVD en NCTV. In die gesprekken zijn de verschillende aspecten van de samenwerking tevens tegen het licht van de kabinetsnotitie over China gehouden.(11) Van goed- of afkeuring door de overheid van (internationale) samenwerkingsovereenkomsten die kennisinstellingen sluiten is evenwel geen sprake. Het kabinet onderzoekt momenteel welke aanvullende maatregelen wenselijk zijn om ongewenste kennis- en technologieoverdracht langs de weg van onderwijs en onderzoek tegen te gaan, gericht op het vergroten van de (kennis)veiligheid. Dit proces is eerder reeds genoemd in de beleidsreactie op het rapport van het Rathenau Instituut ‘Kennis in het Vizier’.(12) Dat betreft landenneutrale maatregelen. Het kabinet zal uw Kamer dit najaar nader informeren over de voortgang op dit proces en de mogelijkheid om eventuele nieuwe toetsingscriteria en maatregelen toe te passen op de huidige casus. Tevens zal het kabinet uw Kamer dit najaar informeren over haar visie op de Nederlandse positie ten opzichte van China op het vlak van onderwijs en wetenschap.(13)

Bekijk de beantwoording van alle Kamervragen hier.

Voetnoten

(1) Financieel Dagblad, 25 augustus 2020, 'Amsterdamse universiteiten werken samen met omstreden techgigant Huawei', https://fd.nl/ondernemen/1355018/amsterdamse-universiteiten-werken-samen-met-omstredentechgigant-huawei
(2) Brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat; Tweede Kamer, vergaderjaar 2019-2020; kamerstuk 30 821, nr. 72
(3) Brief van de Ministers van Economische Zaken en Klimaat en Justitie en Veiligheid; Tweede Kamer, vergaderjaar 2019-2020; kamerstuk 30 821, nr. 97
(4) Brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat; Tweede Kamer, vergaderjaar 2019-2020; kamerstuk 30 821, nr. 99
(5) Antwoord op vragen van de leden Wiersma en Yesilgöz-Zegerius over het bericht ‘Spionnen op de loer: “vooral China aast op vaccinkennis”’; Tweede Kamer, vergaderjaar 2019-2020; Kamervragen (Aanhangsel) nr. 2020D32441
(6) Brief aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat; Tweede Kamer, vergaderjaar 2019-2020; kamerstuk 30 821, nr. 115
(7) De overeenkomst is getekend met Huawei Finland. In de beantwoording wordt Huawei aangehouden als het om Huawei in het algemeen gaat. Daar waar het specifiek de samenwerkingsovereenkomst van de UvA en VU betreft, zal Huawei Finland worden genoemd.
(8) Jaarverslag AIVD, 2019, https://www.aivd.nl/onderwerpen/jaarverslagen/jaarverslag-2019/
(9) Jaarverslag MIVD, 2019, https://www.defensie.nl/downloads/jaarverslagen/2020/04/30/jaarverslag-mivd
(10) 10 HCSS, 31 januari 2019, ‘Checklist for Collaboration with Chinese Universities and Other Research Institutions’, https://hcss.nl/report/checklist-collaboration-chinese-universities-and-other-research-institutions
(11) Brief van de Minister van Buitenlandse Zaken; Tweede Kamer, vergaderjaar 2018-2019; kamerstuk 35 207, nr. 1
(12) Rathenau Instituut: Kennis in het vizier. De gevolgen van de digitale wedloop voor de publieke kennisinfrastructuur, 20 december 2019, kamerstuk 30821, nr. 99 (bijlage)
(13) Aanbiedingsbrief bij rapport over China’s invloed op onderwijs in Nederland; Tweede Kamer, 3 juli 2020
(14) Rathenau Instituut: Kennis in het vizier. De gevolgen van de digitale wedloop voor de publieke kennisinfrastructuur, 20 december 2019, kamerstuk 30821, nr. 99 (bijlage)


Van onze partners

Opleiding Privacy in het sociaal domein - 3 daags

→ Lees meer

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over privacy, cybersecurity en data. Abonneer op onze gratis nieuwsbrief.

Abonneer