Beantwoording Kamervragen over het UBO-register

21-09-2020

Minister Hoekstra van Financiën stuurt de Tweede Kamer, mede namens de minister van Justitie en Veiligheid en de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, de antwoorden op de schriftelijke Kamervragen over het UBO-register.

Vraag 1
Klopt het dat het UBO-register 27 september 2020 wordt geopend bij de Kamer van Koophandel?

Antwoord 1
Ja. Vraag 2 Erkent u dat bestuurders van algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s) geen belanghebbende eigenaren (UBO’s) zijn?

Antwoord 2
In de gewijzigde vierde anti-witwasrichtlijn is bepaald dat vennootschappen en andere juridische entiteiten hun uiteindelijk belanghebbenden (UBO’s) moeten registreren in een centraal register. De richtlijn bepaalt wie als UBO’s kwalificeren. Deze regels gelden onverkort voor juridische entiteiten die ANBI’s zijn. In het UBO-register moeten de natuurlijke personen worden geregistreerd die het uiteindelijk eigendom van of zeggenschap over een juridische entiteit hebben. Als geen natuurlijke persoon op grond van uiteindelijk eigendom of zeggenschap kwalificeert als uiteindelijk belanghebbende, dan dient elke bestuurder in de zin van artikel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, zijnde het gehele statutair bestuur te worden geregistreerd in het register. In dat geval worden zij dus enkel geregistreerd vanwege hun functie, en niet op basis van uiteindelijk eigendom of zeggenschap.

Vraag 3
Bent u het ermee eens dat het opnemen van ANBI-bestuurders in het UBOregister op eenzelfde wijze als bestuurders van een vennootschap die minder dan 25% van de aandelen bezitten zal leiden tot misverstanden, onjuiste informatie en juridische onzuiverheid – terwijl het UBO-register juist verhoogde transparantie over rechtspersonen beoogt?

Antwoord 3
Zoals in antwoord op vraag 2 is aangegeven, wordt alleen toegekomen aan registratie van bestuurders vanwege hun functie als geen natuurlijke persoon op grond van uiteindelijk eigendom of zeggenschap kwalificeert als uiteindelijk belanghebbende. Bij het opvragen van informatie uit het register wordt steeds duidelijk in het uittreksel vermeld op welke grond een persoon als UBO is ingeschreven, de zogenaamde “aard” van het belang van de persoon. In het geval dat een bestuurder vanwege diens functie is geregistreerd, en niet vanwege uiteindelijk eigendom of zeggenschap, zal dit uit het uittreksel dus duidelijk blijken. Voorgaande geldt voor alle natuurlijke personen die worden geregistreerd op grond van hun functie als bestuurder, met inbegrip van de bestuurders van ANBI’s .

Vraag 4
Kunt u aangeven hoe u concreet invulling hebt gegeven aan de met algemene stemmen aangenomen motie-Bruins?(1) Hoe wordt het onderscheid tussen ANBI-bestuurders en statutaire bestuurders van andere entiteiten gewaarborgd in het UBO-register?

Antwoord 4
In zowel de wetgeving als in de communicatie is verduidelijkt dat bij inschrijving van het hoger leidinggevend personeel als UBO, alle natuurlijke personen die hier deel van uitmaken ingeschreven moeten worden. Indien er sprake is van een juridische entiteit met een statutair bestuur, dient aldus het gehele statutair bestuur te worden ingeschreven. Daarnaast wordt in het UBO-register duidelijk weergegeven wat de grond voor inschrijving is geweest. Als een persoon vanwege de functie als bestuurder is ingeschreven dan staat dat derhalve duidelijk vermeld op het uittreksel dat wordt opgevraagd. Dit betekent ook dat de geregistreerde natuurlijke personen in het UBO-register in dat geval overeenkomen met de gegevens in het handelsregister, waarin alle bestuurders nu al ingeschreven moeten zijn. De UBO-registratie openbaart, met andere woorden, geen nieuwe informatie. De Kamer van Koophandel zal bij de inschrijving van UBO’s op grond van de functie als bestuurder dan ook een controle doen op de reeds ingeschreven gegevens van de bestuurders van de juridische entiteit.

Zoals aangegeven geldt voor alle juridische entiteiten dat in geval er geen natuurlijke personen op grond van eigendom of zeggenschap kwalificeren als UBO’s, alle statutair bestuurders ingeschreven moeten worden. Voor al deze natuurlijke personen, evenals de raadplegers, is dan van belang dat duidelijk uit het register blijkt dat de registratie niet vanwege een eigendoms- of zeggenschapsbelang heeft plaatsgevonden. De uitvoering van de motie was daarom gericht op het inschrijfproces, met duidelijk onderscheiden gronden voor inschrijving, alsmede de weergave hiervan in de uittreksels, en de toelichting hierop.

Vraag 5
Kunt u nog voor de opening van het UBO-register deze vragen beantwoorden?

Antwoord 5
Ja.

Voetnoten

(1) Kamerstuk 35179, nr. 14


bron: Rijksoverheid

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over privacy, cybersecurity en data. Abonneer op onze gratis nieuwsbrief.

Abonneer