Verwijderingsverzoek stemfragment in theatershow

04-02-2020

ECLI:NL:RBMNE:2020:24

Floortje Eijdems

Is de stem in een geluidsfragment uit een televisieprogramma een persoonsgegeven in de zin van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)? En kan de persoon die te horen is in het geluidsfragment verzoeken dit fragment te verwijderen uit een cabaretshow? De Rechtbank Midden-Nederland heeft hier onlangs over geoordeeld.

Wat was er aan de hand?

Een cabaretier gebruikte in het theater een geluidsfragment uit het televisieprogramma ‘Opsporing Verzocht’. In dat fragment was een vrouwenstem te horen die als getuige een beschrijving gaf van overvallers van een bloemenzaak. De vrouw beschreef de overvallers als volgt:

“degene die praatte, eh ja, had een Ali B. accent”

De vrouw wilde het fragment verwijderd hebben uit de show. Zij beriep zich hierbij op het portretrecht (art. 21 Auteurswet), het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer (art. 8 EVRM) en het recht op vergetelheid (art. 17 AVG). In deze blog komt alleen het beroep op de AVG aan bod.

Is de stem een persoonsgegeven?

De AVG is alleen van toepassing als er sprake is van persoonsgegevens. Maar is daarvan sprake bij alleen een stemfragment? Om te spreken van een persoonsgegeven van de spreker moet het stemgeluid op zichzelf of het stemfragment inhoudelijk informatie bevatten die iets over de spreker zegt en moet de persoon achter deze stem zonder al te veel moeite kunnen worden geïdentificeerd.

Volgens de rechtbank was de stem in het geluidsfragment herleidbaar tot een persoon, en dus een persoonsgegeven, vanwege drie omstandigheden:

  • de vermelding van het televisieprogramma ‘Opsporing Verzocht’ bij het fragment;
  • de mededeling in het geluidsfragment dat het gaat om een “laffe overval van een bloemenzaak”, inclusief vermelding van de plaats waar de overval plaatsvond en op welke datum; en
  • de stem van het fragment was niet vervormd. (1)

Is de stem een bijzonder persoonsgegeven?

Volgens de rechtbank is een stem een biometrisch persoonsgegeven (hetgeen potentieel ook een bijzonder persoonsgegeven kan zijn, zie art. 4 lid 14 en 9 lid 1 AVG). Als je kijkt naar de overwegingen bij de AVG, kunnen daar vraagtekens bij worden gezet. Er kan mijns inziens namelijk worden betoogd dat een stem niet systematisch maar slechts onder omstandigheden zou moeten worden aangemerkt als een biometrisch persoonsgegeven. Dit is het geval als de stem wordt verwerkt met behulp van technische middelen die de unieke identificatie of authenticatie van een persoon mogelijk maken. Dit kan worden afgeleid uit overweging 51 van de AVG waarin dezelfde redenatie voor de verwerking van foto’s wordt aangehouden.

Dit neemt niet weg dat een stem zelf (los van de boodschap), ongeacht of dit nu een biometrisch gegeven is of niet, bijzondere persoonsgegevens kan bevatten. Bijvoorbeeld als de spreker een duidelijk Belgisch accent heeft. Dan kan daaruit worden afgeleid iemand uit België komt of Belgische ‘roots’ heeft. Daarmee kan het een bijzonder persoonsgegeven zijn omdat ras of etnische afkomst er uit af te leiden is. Een stem kan ook gezondheidsinformatie prijsgeven, bijvoorbeeld dat iemand stottert of een andere spraakafwijking heeft.

Hierbij kan naar mijn mening de analogie worden getrokken met foto’s of filmpjes. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) zegt namelijk op haar website dat foto’s en filmpjes niet als bijzonder persoonsgegeven worden aangemerkt als ze (1) niet gericht zijn op bijzondere persoonsgegevens of het maken van onderscheid daarop, (2) het niet redelijkerwijs te voorzien is dat een ander onderscheid op deze bijzondere persoonsgegevens zal maken op basis van de foto’s en filmpjes en (3) het onvermijdelijk is dat deze bijzondere persoonsgegevens worden verwerkt bij het maken van deze foto’s en filmpjes. Op basis van deze redenering zullen de persoonsgegevens uit het fragment waaruit bijvoorbeeld een bepaald accent of spraakgebrek blijkt waarschijnlijk niet worden aangemerkt als bijzonder persoonsgegeven.

Is het gebruik van het stemfragment rechtmatig?

De rechtbank moest vervolgens ook bepalen of het stemfragment überhaupt rechtmatig was gebruikt. Daarvoor was diende de theatermaker een gerechtvaardigd belang te hebben om dat fragment te gebruiken en dat belang moest voor gaan op het privacybelang van de vrouw in kwestie.

Daarbij kent de rechtbank veel gewicht toe aan het feit dat het fragment werd gebruikt in een ‘artistieke uitdrukkingsvorm’ (cabaret). Het belang bij het gebruik van persoonsgegevens (een stemfragment) voor dit doel lijkt (op basis van EHRM rechtspraak) vaak zwaarder te wegen dan het belang van de betrokken persoon. De rechtbank oordeelde in deze kwestie dat de theatermaker het originele geluidsfragment mocht laten horen, omdat dit onder de artistieke vrijheid valt.

De omstandigheid dat [verweerder] als theatermaker, zoals door [eiseres] is betoogd, een andere stem had kunnen gebruiken maakt dit niet anders. De keuze om het oorspronkelijke geluidsfragment te gebruiken valt onder de vrijheid van de artistieke uitdrukkingsvorm.”

Slaagt het verwijderingsverzoek?

Tot slot moest de rechtbank beoordelen of de vrouw recht had op verwijdering van het stemfragment uit de cabaretshow. De rechtbank oordeelde van niet. De Uitvoeringswet AVG (UAVG) bepaalt namelijk dat het recht op verwijdering (ook wel ‘vergetelheid’ genoemd) niet van toepassing is bij verwerkingen in het kader van artistieke uitdrukkingsvormen. De vrouw kon daarom geen verwijdering van het stemfragment uit de cabaretshow vorderen.

Conclusie

Als men een geluidsfragment laat horen, moet er rekening mee worden gehouden dat het fragment persoonsgegevens kan bevatten. Of dat per definitie ook biometrische en/of bijzondere persoonsgegevens zijn, dient mijns inziens genuanceerd te worden beoordeeld, ook gelet op overweging 51 AVG en het standpunt van de AP ten aanzien van foto- en filmmateriaal. Die genuanceerde benadering koos de rechtbank in deze zaak echter niet. De vrouw in kwestie heeft dat verder niet gebaat, omdat het fragment te horen was in een cabaretshow en daarmee onder een artistieke uitdrukkingsvorm viel. Dit gebruik leidde ertoe dat een belangenafweging uitviel in het voordeel van – in dit geval – de theatermaker. Zodra dit gebruik in een artistieke vorm rechtmatig is, is een verzoek tot verwijdering in beginsel niet mogelijk.

(1) De rechtbank lijkt in deze zaak vooral naar het stemgeluid zelf als identificerend gegeven te kijken (wie is de persoon achter de stem) en dus niet naar inhoudelijke informatie die uit het stemfragment kan worden gehaald (wat wordt er inhoudelijk gezegd).


Dit artikel is ook te vinden in het dossier AVG

Van onze partners

Privacy-aspecten in fusies en overnames in vogelvlucht

→ Lees meer

Privacy op de werkvloer

→ Lees meer

Privacywetgeving in de opsporing: de Wpg voor BOA's

→ Lees meer

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over privacy, cybersecurity en data. Abonneer op onze gratis nieuwsbrief.

Abonneer