UvA mag surveillancesoftware inzetten bij tentamens

11-06-2020

ECLI:NL:RBAMS:2020:2917

De UvA mag online surveillancesoftware (proctoring) inzetten bij het afnemen van tentamens. Dat heeft de voorzieningenrechter bepaald in een zaak die door twee studentenraden en een student tegen de universiteit was aangespannen.

De UvA gebruikt de surveillancesoftware omdat studenten vanwege corona vanuit huis online tentamens moeten afleggen. Met proctoring moet worden voorkomen dat zij daarbij frauderen, door bijvoorbeeld informatie op internet op te zoeken of te overleggen met anderen. Met het programma kunnen webcam, microfoon, internetverkeer en gebruik van muis en toetsenbord door de computer worden gemonitord. Verdachte activiteiten worden automatisch gemeld, waarna een surveillant de gegevens kan raadplegen.

De UvA gebruikt de surveillancesoftware omdat studenten vanwege corona vanuit huis online tentamens moeten afleggen. Met proctoring moet worden voorkomen dat zij daarbij frauderen, door bijvoorbeeld informatie op internet op te zoeken of te overleggen met anderen. Met het programma kunnen webcam, microfoon, internetverkeer en gebruik van muis en toetsenbord door de computer worden gemonitord. Verdachte activiteiten worden automatisch gemeld, waarna een surveillant de gegevens kan raadplegen.

De studentenraden hadden bezwaar gemaakt tegen het gebruik van de software. Volgens hen had de UvA hen eerst om toestemming moeten vragen. Ook vinden zij dat de surveillancesoftware inbreuk maakt op de privacy van studenten en dus in strijd is met de AVG.

Geen instemmingsrecht studentenraden

De voorzieningenrechter gaat niet mee in hun bezwaren en oordeelt dat het gebruik van online proctoring rechtmatig is. Ten eerste is er in de wettelijke regelingen voor het afnemen van tentamens expliciet opgenomen dat studentenraden geen instemmingsrecht hebben als het gaat om regels rond surveilleren. De UvA had hen dus niet eerst om toestemming hoeven vragen.

UvA mag gegevens verzamelen

Daarnaast oordeelt de voorzieningenrechter dat er geen sprake is van een onrechtmatige inbreuk op de privacy. De publieke taak van de UvA als onderwijsinstelling – onderwijs verzorgen, examens afnemen en diploma’s verstrekken – is wettelijk vastgelegd. De AVG biedt de universiteit daarmee de ruimte om persoonsgegevens te verwerken die noodzakelijk zijn voor het uitoefenen van die taak. De rechter is het met de UvA eens dat de coronamaatregelen het noodzakelijk maken dat bepaalde tentamens online worden afgelegd en dat er daarbij maatregelen worden genomen om fraude tegen te gaan.

Verzameling van gegevens voldoende zorgvuldig

Ook met de manier waarop met de verzamelde gegevens wordt omgegaan voldoet de UvA aan de regels en waarborgen in de AVG. Zo is de UvA een overeenkomst aangegaan met het bedrijf dat de software levert, waardoor ook dat bedrijf aan de AVG gebonden is. Daarnaast speelt mee dat de studenten niet live worden gevolgd, maar dat de surveillant – en niemand anders – pas toegang heeft tot de gegevens als de computer significant afwijkend gedrag vaststelt. Ook worden de gegevens versleuteld opgeslagen en na 30 dagen automatisch vernietigd.


bron: Rechtspraak.nl

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over privacy, cybersecurity en data. Abonneer op onze gratis nieuwsbrief.

Abonneer