Integriteit strafproces door OM in gevaar gebracht in belastingzaak horecaconcern

03-08-2020

ECLI:NL:RBROT:2020:6587

De rechtbank in Rotterdam heeft vandaag beslist dat horeca ondernemers schuldig zijn aan belastingfraude. Zij krijgen daarvoor echter geen straf omdat door het handelen van het OM de integriteit van het strafproces in gevaar is gebracht.

Door het bestaan van een documentaire die was gemaakt tijdens het opsporingsonderzoek door de FIOD geheim te houden heeft het OM geprobeerd om de verdediging te weerhouden van het voeren van een verweer.

Daarnaast is het OM op onderdelen niet-ontvankelijk in de vervolging van de bedrijven van de ondernemers wegens een verdenking van belastingfraude omdat eerder al een forse boete werd betaald.

Bestuurlijke boete voor de bedrijven: OM niet-ontvankelijk

Volgens het OM zijn gedeeltes van de omzet van de bedrijven bewust buiten de boekhouding gelaten en zijn er valse belastingaangiftes gedaan. Over de door het OM ten laste gelegde periode is de verschuldigde belasting inmiddels voldaan en is door de ondernemingen ook een bestuurlijke boete betaald.

Omdat er een bestuurlijke boete is opgelegd en betaald kan de officier de bedrijven- voor de feiten waar die boete op van toepassing is- niet opnieuw vervolgen. Voor de vervolging van die feiten is het OM dan ook niet-ontvankelijk.

Het OM is wel ontvankelijk in de vervolging van de valse aangiftes die vallen buiten de periode waarover de bestuurlijke boete is betaald. Bovendien hebben de bedrijven tezamen en met de bestuurders een criminele organisatie gevormd om het met de belastingfraude verdiende geld wit te wassen. Daarvoor acht de rechtbank de verdachten schuldig maar legt geen straf op. Er is al een forse boete betaald, de bedrijven bestaan alleen nog op papier en worden opgeheven als de strafzaak voorbij is. Nog meer boete voegt niks toe.

De ondernemers zelf: Belastingfraude en criminele organisatie

Het OM verdenkt de verdachte horecaondernemers echter ook van leiding geven aan de belastingfraude door de ondernemingen en van deelname aan een criminele organisatie voor belastringfraude en witwassen van de niet betaalde belasting.

Het OM mag drie van de horecaondernemers vervolgen, ook al hebben de ondernemingen een boete betaald voor de belastingfraude. Deze ondernemers zijn niet te vereenzelvigen met het concern. Dat geldt niet voor de vierde horecaondernemer. Die is wel te vereenzelvigen met zijn onderneming. De bestuurlijke boete die de onderneming heeft betaald is eigenlijk ook door de ondernemer zelf betaald. De ondernemer mocht niet opnieuw worden vervolgd.

De rechtbank acht tegen de drie ondernemers de verdenkingen bewezen. De rechtbank acht de overblijvende verdenking tegen de vierde ondernemer niet bewezen. Er is geen bewijs dat hij fraudeerde buiten de periode waarover een boete is betaald en de onderneming maakte geen deel uit van het Sumo-concern.

In de horecazaken werden contante omzetten uit de kassa en kassasystemen verwijderd. Aan het administratiekantoor, dat voor het concern de belastingaangiften deed, werd valse administratie verstrekt, waardoor dit kantoor onjuiste en onvolledig belastingaangiften deed.

De afgeroomde omzet werd in elk geval gebruikt om lonen uit te betalen zonder dat loonbelasting en premies werden voldaan.

Documentaire en integriteit strafproces in het geding

Tijdens het onderzoek heeft het OM meegewerkt aan een documentaire over deze strafzaak. Anders dan de advocaten hebben bepleit, vindt de rechtbank niet dat het OM deze zaak vooral heeft vervolgd om de documentaire van een spannend einde te voorzien. De vervolging past binnen het beleid.

Journalisten die meekijken met een opsporingsonderzoek nemen kennis van opsporingsinformatie op het moment dat deze wordt verzameld. Het gaat dan om naam, adres, woonplaats, aard en omvang van de beschuldiging en allerlei andere privacy gevoelige informatie.

De journalisten mochten daarvan zonder beperking kennis nemen. De rechtbank ziet daarvoor geen wettelijke grondslag.

Daarmee is een inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte natuurlijke personen. Niet gebleken is dat deze schending op zichzelf in de weg heeft gestaan aan een eerlijk proces.

Dat neemt niet weg dat de rechtbank heeft vastgesteld dat het OM heeft geprobeerd het maken van de documentaire geheim te houden en daarmee heeft het geprobeerd om de verdediging te weerhouden van het voeren van een verweer.

Dan is de integriteit van het strafgeding wel in het geding. Dit behoeft niet tot niet ontvankelijkheid te leiden. De verdediging heeft er uiteindelijk kennis van kunnen nemen omdat het bestaan van de documentaire in de publiciteit is gekomen en heeft de desbetreffende verweren kunnen voeren.

Het streven van het OM om de verdediging te weerhouden verweer te voeren, kan niet zonder gevolg blijven en leidt er toe, met alle andere omstandigheden zoals de betaalde belasting plus boete, de Bibob-procedures en de lange duur van het strafproces, dat geen straf of maatregel wordt opgelegd.

ECLI:NL:RBROT:2020:6587
ECLI:NL:RBROT:2020:6588
ECLI:NL:RBROT:2020:6589

bron: Rechtspraak.nl

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over privacy, cybersecurity en data. Abonneer op onze gratis nieuwsbrief.

Abonneer