Hoge Raad: ‘Smartphone ontgrendelen met duim verdachte is toegestaan’

12-02-2021

ECLI:NL:HR:2021:202

Politieagenten mogen een verdachte dwingen om zijn vinger op de vingerafdrukscanner van zijn smartphone te leggen, teneinde bewijsmateriaal te verzamelen. Hiervoor mogen ze lichte, fysieke dwang gebruiken. Dit is niet anders dan bijvoorbeeld het afnemen van een bloed- of urinemonster. Daarmee bevestigt de Hoge Raad het vonnis dat in 2019 door de rechtbank Noord-Holland is geveld.

Politie ontgrendelt onder dwang iPhone verdachte

De verdachte werd in februari 2016 gearresteerd op verdenking van diefstal en oplichting. Bij zijn arrestatie nam de politie zijn iPhone in beslag. Agenten schakelden daarbij de vliegtuigmodus in, om er zeker van te zijn dat niemand van afstand de gegevens op de mobiele telefoon kon wissen. Tijdens het verhoor vroeg de politie aan de verdachte of hij de toegangscode van zijn telefoon wilde geven. Dat weigerde hij.

De officier van justitie heeft vervolgens opgedragen aan de verdachte om zijn telefoon te ontgrendelen. Ook ditmaal weigerde hij zijn toestel van het slot te halen. Daarop werd de man geboeid en werd zijn rechterduim op het de vingerafdrukscanner van zijn smartphone gelegd. Hierdoor werd zijn telefoon ontsloten en had de politie toegang tot de gegevens op de iPhone.

Rechtbank Noord-Holland: ‘Afnemen vingerafdruk was rechtmatig’

De verdachte accepteerde de werkwijze van de agenten niet en ging in beroep. Zijn advocaat betoogde dat zijn cliënt werd gedwongen om mee te werken aan zijn eigen veroordeling. Dat is in strijd met het zogeheten nemo tenetur-beginsel, waarin staat dat een verdachte daartoe niet gedwongen kan worden.

De zaak belandde bij de rechtbank Noord-Holland. De officier van justitie zei dat de politie alle beschikbare technische middelen had ingezet om de iPhone van de verdachte, zonder zijn medewerking, te ontgrendelen. Deze mogelijkheden waren beperkt, omdat het aantal toegangspogingen gelimiteerd was. Doordat de verdachte een recent model had, was het onmogelijk om de iPhone te ontgrendelen. Het toestel ontsluiten met de rechterduim van de verdachte was de enige optie die de politie zag. Alleen zo kon de politie de gegevens op het toestel veilig stellen.

De rechtbank oordeelde dat de politie correct heeft gehandeld. “Het betreft hier namelijk het dulden van een onderzoeksmaatregel die geen actieve medewerking van verdachte vereist”, aldus de rechter. “Daar komt bij dat de vingerafdruk met een zeer geringe mate van dwang is verkregen. Dat met het plaatsen van de duim van verdachte op de iPhone toegang wordt verkregen tot mogelijk wilsafhankelijke en voor hem belastende gegevens, maakt dit naar het oordeel van de rechtbank niet anders.” Volgens de rechter is er in deze kwestie geen afbreuk gedaan aan het nemo tenetur-beginsel. Ook werd in slechts in beperkte mate inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de verdachte.

Hoge Raad spreekt van ‘proportioneel geweld’

De advocaat van de verdachte besloot om het vonnis aan te vechten bij de Hoge Raad. Tegenover de hoogste rechterlijke instantie van ons land betoogde de advocaat dat er onvoldoende wettelijke grondslag was om de iPhone op deze manier te ontgrendelen. Verder is het onder dwang gebruikmaken van de vingerafdruk van de verdachte om zijn iPhone te ontsluiten in zijn ogen een inbreuk op artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Zodoende is het nemo tenetur-beginsel wel degelijk geschonden.

De Hoge Raad is het niet eens met beide verweren. “Inbeslagneming kan inhouden dat desnoods met toepassing van proportioneel geweld handelingen worden verricht”, schrijft de Raad in zijn vonnis. Een verdachte boeien en zijn duim op de vingerafdrukscanner leggen is een vorm van ‘proportioneel geweld’. Bovendien bestond er bij de agenten een ‘gerechtvaardigde verwachting’ dat er op de iPhone relevante gegevens stonden die zouden bijdragen aan de waarheidsvinding. “Een minder ingrijpend middel tot ontgrendeling van de iPhone was niet voorhanden”, aldus de rechtbank.

De Hoge Raad stelt dat het EVRM en dus het nemo tenetur-beginsel niet zijn geschonden in deze zaak. “Beslissend voor de vraag of in een strafrechtelijke procedure het nemo tenetur-beginsel is geschonden, is of het gebruik tot het bewijs van het onder dwang van de verdachte verkregen materiaal in een strafzaak zijn recht om te zwijgen en daarmee zijn recht om zichzelf niet te belasten van zijn betekenis zou ontdoen”, schrijft de Hoge Raad in haar arrest. Daar is geen sprake van. “Materiaal dat onafhankelijk van de wil van de verdachte bestaat, mag onder dwang worden verkregen, zoals bijvoorbeeld geldt voor bloed- en urinemonsters”, zo stelt de rechter.


bron: VPN Gids

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over privacy, cybersecurity en data. Abonneer op onze gratis nieuwsbrief.

Abonneer