Di­gi­taal on­der­te­ke­nen van uit­spra­ken ge­beurt niet in alle ge­val­len vol­gens de wet

30-04-2019

ECLI:NL:RVS:2019:1400

De werkwijze die de Rechtspraak hanteert bij het digitaal ondertekenen van uitspraken in asiel- en bewaringszaken voldoet in sommige gevallen niet aan de eisen van de wet. Bij gebruik van zowel de mobiele als de vaste werkplek van de Rechtspraak authentiseert de ondertekenaar zich niet "met een middel dat uitgaat van een zogenoemde tweefactorauthenticatie." Dit raakt de betrouwbaarheid van de verbinding tussen de identiteit van de ondertekenaars, de rechter en de griffier, en de uitspraak.

Dit is te lezen in een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Digitale ondertekening
Rechters en griffiers ondertekenen sinds 29 maart 2018 uitspraken in asiel- en bewaringszaken digitaal. Tot die datum werden uitspraken in digitale zaken nog geprint en met een 'natte handtekening' ondertekend. Bij de Afdeling bestuursrechtspraak lopen op dit moment ruim 100 procedures in vreemdelingenzaken met de vraag of de digitale ondertekening van uitspraken van de rechtbank voldoet aan de eisen die de Algemene wet bestuursrecht daaraan stelt.

Tweefactorauthenticatie
De wet vermeldt waaraan een elektronische handtekening moet voldoen. Authenticatie is hierbij van groot belang. Deze is nodig om met voldoende betrouwbaarheid de identiteit van een gebruiker van een digitaal systeem vast te stellen. De identiteit van een ondertekenaar kan alleen aan een uitspraak worden verbonden als deze zich heeft geauthentiseerd. Het vereiste van de tweefactorauthenticatie verwijst naar het gebruik van twee authenticatiemethoden van verschillende typen. Hierbij kan worden gedacht aan 'iets wat de gebruiker weet en iets wat de gebruiker heeft.' Iets wat de gebruiker weet is bijvoorbeeld zijn gebruikersnaam en wachtwoord. Als vervolgens ook gebruik wordt gemaakt van iets wat in het bezit is van de gebruiker, zoals een token of een mobiele telefoon waarnaar een sms-bericht met een code wordt gestuurd, is sprake van tweefactorauthenticatie.

Afhankelijk van werkplek
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt in haar uitspraak van vandaag dat als de ondertekenaars van de uitspraak gebruikmaken van een mobiele of vaste werkplek van de Rechtspraak niet wordt voldaan aan het vereiste van de tweefactorauthenticatie. In de eerste situatie wordt bijvoorbeeld twee keer dezelfde authenticatiemethode gebruikt. In de tweede situatie is het gebruik van de Rijkspas om toegang te krijgen tot de vaste werkplek geen authenticatiemethode. Wanneer rechters en griffiers gebruikmaken van de eigen mobiele werkplek wordt wel aan de wettelijke eisen voldaan.

Vragen stellen aan rechter en griffier over de digitale ondertekening
Aan de uitspraken van de rechtbank is niet te zien van welke werkplek de rechter en de griffier bij de ondertekening gebruik hebben gemaakt. Daardoor is onduidelijk of zij zich hebben geauthentiseerd met een middel dat uitgaat van tweefactorauthenticatie. Totdat de Rechtspraak deze werkwijze aanpast, zal de Afdeling bestuursrechtspraak in asiel- en bewaringszaken waarin een grief is aangevoerd over de digitale ondertekening van de uitspraak vragen stellen aan de desbetreffende rechter en griffier van de rechtbank om te verifiëren dat zij de ondertekenaars van de uitspraak zijn. De rechtbanken zijn er in de tussentijd toe overgaan om uitspraken voor de zekerheid ook weer met een 'natte handtekening' te ondertekenen. Uitspraken van de rechtbank waartegen geen hoger beroep is ingesteld, hebben en behouden rechtskracht. Als er tegen een uitspraak wel hoger beroep is ingesteld, zal de Afdeling bestuursrechtspraak de ondertekening daarvan uitsluitend beoordelen als in het hogerberoepschrift daarover een grief staat.

bron: Raad van State

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over privacy, cybersecurity en data. Abonneer op onze gratis nieuwsbrief.

Abonneer