HvJEU: de exploitant van een zoekmachine is niet verplicht om links te verwijderen voor alle versies van zijn zoekmachine

24-09-2019

ECLI:EU:C:2019:772

Hij is daartoe wel verplicht voor alle lidstaatspecifieke versies en dient maatregelen te nemen om internetgebruikers te ontmoedigen om vanuit een van de lidstaten toegang te zoeken tot de betreffende links die worden weergegeven op de niet-EU-versies van die zoekmachine.

Bij besluit van 10 maart 2016 heeft de voorzitter van de Commission nationale de l’informatique et des libertés (nationale commissie voor informatica en vrijheden, Frankrijk; hierna: „CNIL”) Google Inc. een geldboete van 100 000 EUR opgelegd omdat zij weliswaar was ingegaan op een verzoek om links te verwijderen, maar daarbij had geweigerd de betreffende links te verwijderen voor alle domeinnaamextensies van haar zoekmachine.

Google Inc., die op 21 mei 2015 door de CNIL was aangemaand om de links in kwestie te verwijderen voor alle extensies, had geweigerd hieraan gevolg te geven en had die links enkel verwijderd uit de resultaten die werden weergegeven na zoekopdrachten die waren uitgevoerd vanaf domeinnamen die overeenkomen met de lidstaatspecifieke versies van haar zoekmachine. Google Inc. heeft de Conseil d’État (hoogste bestuursrechter, Frankrijk) verzocht het besluit van 10 maart 2016 nietig te verklaren. Zij is namelijk van mening dat het recht op verwijdering van links niet noodzakelijk impliceert dat de betrokken links zonder geografische beperking moeten worden verwijderd op alle domeinnamen van haar zoekmachine.

De Conseil d’État heeft het Hof van Justitie verschillende prejudiciële vragen gesteld waarmee hij wenst te vernemen of de Unierechtelijke regels inzake de bescherming van persoonsgegevens [1] aldus moeten worden uitgelegd dat een exploitant van een zoekmachine die ingaat op een verzoek om links te verwijderen, verplicht is om de betreffende links te verwijderen voor alle versies van zijn zoekmachine, dan wel – integendeel – daartoe enkel verplicht is voor alle lidstaatspecifieke versies van zijn zoekmachine, of zelfs enkel voor de versie die specifiek is voor de lidstaat waar de begunstigde van de verwijdering verblijft.

In zijn arrest van vandaag brengt het Hof om te beginnen in herinnering dat het reeds heeft geoordeeld [2] dat de exploitant van een zoekmachine verplicht is om de links naar webpagina’s die door derden zijn gepubliceerd en waarop zich informatie over een persoon bevindt, te verwijderen uit de resultatenlijst die wordt weergegeven na een op de naam van die persoon uitgevoerde zoekopdracht, ook indien die naam of die informatie niet vooraf of gelijktijdig van die webpagina’s is of wordt gewist, en in voorkomend geval zelfs wanneer de publicatie van die naam of van die informatie op die webpagina’s op zich rechtmatig is.

Het Hof constateert vervolgens dat de vestiging van Google Inc. op het Franse grondgebied activiteiten, waaronder handels- en reclameactiviteiten, verricht die onlosmakelijk verbonden zijn met de verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van de werking van de betrokken zoekmachine, en dat moet worden aangenomen dat deze zoekmachine – gelet op onder meer het bestaan van verbindingen tussen de verschillende nationale versies ervan – één enkele verwerking van persoonsgegevens verricht in verband met de activiteiten van de Franse vestiging van Google Inc. Een dergelijke situatie valt dus binnen de werkingssfeer van de Uniewetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens.

Het Hof benadrukt dat in een geglobaliseerde wereld de toegang van internetgebruikers – met name die welke zich buiten de Unie bevinden – tot de geïndexeerde link die verwijst naar
informatie over een persoon wiens centrum van belangen zich in de Unie bevindt, onmiddellijke en aanzienlijke gevolgen kan hebben binnen de Unie zelf, zodat de verwijdering van links op mondiaal niveau ten volle aan de door het Unierecht nagestreefde doelstelling van bescherming beantwoordt. Niettemin verduidelijkt het Hof dat tal van derde staten het recht op verwijdering van links niet kennen of met betrekking tot dit recht een andere benadering volgen. Het Hof voegt daaraan toe dat het recht op bescherming van persoonsgegevens geen absolute gelding heeft,
maar moet worden beschouwd in relatie tot zijn functie in de samenleving en overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel moet worden afgewogen tegen andere grondrechten. Bovendien kan het evenwicht tussen het recht op eerbiediging van het privéleven en op bescherming van persoonsgegevens enerzijds en de vrijheid van informatie van de internetgebruikers anderzijds
wereldwijd aanzienlijk variëren.

Uit de toepasselijke bepalingen blijkt niet dat de Uniewetgever een dergelijke afweging heeft gemaakt met betrekking tot de reikwijdte van de verwijdering van links buiten de Unie, noch dat hij
ervoor heeft gekozen om aan de rechten van de individuen een werkingssfeer toe te kennen die verder reikt dan het grondgebied van de lidstaten. Uit die bepalingen blijkt evenmin dat hij
marktdeelnemers als Google een verplichting om links te verwijderen heeft willen opleggen die zich tevens uitstrekt tot de nationale versies van hun zoekmachine die niet specifiek zijn voor de
lidstaten. Daarbij komt dat het Unierecht niet voorziet in instrumenten en mechanismen voor samenwerking wat betreft de reikwijdte van de verwijdering van links buiten de Unie.

Het Hof komt dan ook tot de slotsom dat het Unierecht, bij de huidige stand van zaken, voor de exploitant van een zoekmachine die ingaat op een door de betrokken persoon ingediend
verzoek om links te verwijderen – in voorkomend geval nadat hij daartoe is aangemaand door een toezichthoudende autoriteit of een rechterlijke instantie van een lidstaat – geen
verplichting met zich meebrengt om de betreffende links te verwijderen voor alle versies van zijn zoekmachine.

Het Unierecht legt de exploitant van een zoekmachine echter wel de verplichting op om die links te verwijderen voor alle lidstaatspecifieke versies van zijn zoekmachine en om maatregelen te nemen die voldoende doeltreffend zijn om een effectieve bescherming van de grondrechten van de betrokkene te waarborgen. Zo moet die verwijdering indien nodig gepaard gaan met maatregelen die het daadwerkelijk mogelijk maken te beletten dat internetgebruikers die in een van de lidstaten van de Europese Unie een zoekopdracht op de naam van de betrokkene uitvoeren met behulp van een niet-EU-versie van de betreffende zoekmachine, via de na die zoekopdracht weergegeven resultatenlijst toegang hebben tot de links waarvan de verwijdering wordt gevraagd, of om hen op zijn minst ernstig te ontmoedigen om toegang te zoeken tot dergelijke links. De nationale rechter zal moeten nagaan of de door Google Inc. genomen maatregelen aan deze vereisten voldoen.

Ten slotte stelt het Hof vast dat het Unierecht bij de huidige stand van zaken weliswaar niet voorziet in de verplichting om links te verwijderen voor alle versies van de zoekmachine in kwestie, maar dat ook niet verbiedt. Bijgevolg zijn de autoriteiten van de lidstaten nog steeds bevoegd om in het licht van de nationale maatstaven voor de bescherming van de grondrechten een afweging te maken tussen het recht van de betrokken persoon op eerbiediging van zijn privéleven en op bescherming van zijn persoonsgegevens enerzijds en de vrijheid van informatie anderzijds, en om na deze afweging de exploitant van die zoekmachine eventueel te gelasten de betreffende links te verwijderen voor alle versies van die zoekmachine.

[1] Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB 1995, L 281, blz. 31) en verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46 (algemene verordening gegevensbescherming) (PB 2016, L 119, blz. 1, met rectificatie in PB 2018, L 127, blz. 2).

[2] Arrest van 13 mei 2014, Google Spain en Google, C-131/12 (zie CP 70/14)

bron: HvJEU

Van onze partners

Examentraining CIPM / Certified Information Privacy Manager

→ Lees meer

Examentraining CIPP / E Certified Information Privacy Professional Europe

→ Lees meer

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over privacy, cybersecurity en data. Abonneer op onze gratis nieuwsbrief.

Abonneer