Conclusie van de advocaat-generaal in de zaak C-136/17 G.C. e.a.

10-01-2019

C-136/17

Advocaat-generaal Szpunar stelt het Hof voor te beslissen dat de exploitant van een zoekmachine een verzoek tot verwijdering van koppelingen naar gevoelige gegevens systematisch moet inwilligen. De exploitant van de zoekmachine moet evenwel erop toezien dat het recht van toegang tot informatie en het recht op vrije meningsuiting worden beschermd.

G.C., A.F., B.H. en E.D. hebben tegen de Commission nationale de l’informatique et des libertés (de Franse gegevensbeschermingsautoriteit; hierna: „CNIL”) een geding aangespannen naar aanleiding van vier beslissingen waarbij deze autoriteit weigert de vennootschap Google Inc. aan te manen tot verwijdering van diverse koppelingen naar door derden gepubliceerde webpagina’s die verschijnen in de lijst van zoekresultaten na een zoekopdracht op hun naam. Deze webpagina’s bevatten met name een satirische fotomontage van een politica die onder een pseudoniem online is geplaatst, een persartikel waarin een van de betrokkenen als prverantwoordelijke van de Scientology Church wordt genoemd, en een artikel over het strafrechtelijk onderzoek jegens een politicus en de veroordeling van een andere betrokkene wegens seksuele gewelddaden jegens een minderjarige.

De betrokkenen zijn bij de Conseil d’État (hoogste bestuursrechter, Frankrijk) opgekomen tegen de weigering van CNIL om Google aan te manen om de betrokken koppelingen te verwijderen, waarop deze rechterlijke instantie het Hof van Justitie verschillende vragen heeft voorgelegd over de uitlegging van de richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, van 24 oktober 1995, betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens PB 1995, L 281, p. 31.

Met zijn eerste vraag wenst de Conseil d’État te vernemen of, gelet op de specifieke verantwoordelijkheden, bevoegdheden en mogelijkheden van de exploitant van een zoekmachine, het verbod voor andere voor de verwerking verantwoordelijken om gegevens te verwerken die onder bepaalde bijzondere categorieën vallen (zoals gegevens waaruit de politieke opvattingen, de godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuigingen blijken of die het seksuele leven betreffen), ook op deze exploitant van toepassing is. In zijn conclusie van vandaag wijst advocaat-generaal Maciej Szpunar allereerst erop dat bij de uitlegging van de bepalingen van richtlijn 95/46 rekening moet worden gehouden met de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en mogelijkheden van een zoekmachine. Zo benadrukt hij dat de in richtlijn 95/461 vervatte verboden en beperkingen niet op een exploitant van een zoekmachine kunnen worden toegepast alsof hij zelf de gevoelige gegevens heeft geplaatst op de webpagina’s waarnaar de koppelingen leiden. Aangezien een zoekmachine logischerwijze pas actief naar gegevens zoekt nadat (gevoelige) gegevens online zijn geplaatst, kunnen deze verboden en beperkingen dus enkel wegens die koppelingen worden toegepast op een zoekmachine en bijgevolg enkel via een controle a posteriori, wanneer de betrokkene verzoekt om verwijdering van de koppelingen.

De advocaat-generaal stelt het Hof dus voor om vast te stellen dat het verbod voor andere voor de verwerking verantwoordelijken om gegevens van bepaalde bijzondere categorieën te verwerken van toepassing is op de activiteiten van de exploitant van een zoekmachine.

Met zijn tweede vraag wil de Conseil d’État van het Hof vernemen of de exploitant van een zoekmachine systematisch verplicht is om koppelingen te verwijderen. De advocaat-generaal herinnert eraan dat op grond van richtlijn 95/46 de verwerking van gevoelige gegevens verboden is. Bijgevolg impliceert het verbod voor de exploitant van een zoekmachine om gevoelige gegevens te verwerken de verplichting om verzoeken tot verwijdering van koppelingen naar
internetpagina’s met dergelijke gegevens systematisch in te willigen, onder voorbehoud van de uitzonderingen waarin in richtlijn 95/462 is voorzien.
De advocaat-generaal is immers van mening dat de in richtlijn 95/46 gestelde uitzonderingen op het verbod van verwerking van gevoelige gegevens van toepassing zijn, ook al lijken sommige uitzonderingen meer theorie dan praktijk wanneer ze op een zoekmachine moeten worden toegepast.

Vervolgens buigt de advocaat-generaal zich over de krachtens de vrijheid van meningsuiting toegestane afwijkingen en over de vraag hoe zij te verzoenen zijn met het recht op eerbiediging van het privéleven. Hij stelt het Hof voor te antwoorden dat de exploitant van een zoekmachine in geval van een verzoek tot verwijdering van koppelingen die leiden naar gevoelige gegevens, verplicht is een afweging te maken tussen enerzijds het recht op eerbiediging van het privéleven en het recht op bescherming van gegevens en anderzijds het recht van het publiek op toegang tot de betrokken informatie en het recht op vrije meningsuiting van de persoon van wie de informatie afkomstig is.

Tot slot besteedt de advocaat-generaal aandacht aan verzoeken tot verwijdering van koppelingen die leiden naar persoonsgegevens die niet langer volledig of juist zijn of die verouderd zijn, zoals persberichten betreffende een eerdere fase van een gerechtelijke procedure. De advocaatgeneraal stelt het Hof voor te oordelen dat het in dergelijke omstandigheden voor de exploitant van een zoekmachine noodzakelijk is om geval per geval een afweging te maken tussen enerzijds het recht op eerbiediging van het privéleven en het recht op bescherming van gegevens krachtens de
artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en anderzijds het recht van het publiek op toegang tot de betrokken informatie, waarbij hij ermee rekening moet houden dat deze informatie journalistieke, artistieke of literaire doeleinden dient.

bron: HvJEU

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over privacy, cybersecurity en data. Abonneer op onze gratis nieuwsbrief.

Abonneer