Succesvolle implementatie van corona-apps vereist co-creatie

14-04-2020

De introductie van twee corona-apps door minister De Jonge kon rekenen op veel kritiek. Vragen bleven onbeantwoord en de impact van het gebruik van de apps bleef onduidelijk. Om de technologie alsnog succesvol te implementeren is co-creatie nodig, bepleiten CEO Joost Linnemann en partner / privacyrecht-expert Hester de Vries.

Auteurs: Joost Linnemann & Hester de Vries

Op 7 april jl. meldde minister De Jonge tijdens een persconferentie dat het kabinet speciale apps wil gaan inzetten om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Met één van die apps - waar we hier graag op inzoomen - kan in kaart worden gebracht met wie iemand die het virus bij zich draagt in contact is geweest.

De mogelijkheid dat technologie (snel) kan worden ingezet als levensreddend alternatief voor tijdrovend persoonlijk onderzoek is in de basis natuurlijk goed nieuws. Maar de minister had zijn zin nog niet afgemaakt of de vragen met betrekking tot privacy vlogen hem - terecht - om de oren.

Het antwoord op iedere gestelde vraag was dat de regering privacy zeer belangrijk vindt en dat de in te zetten apps moeten voldoen aan wet- en regelgeving. Helaas kon de minister geen van de - zeer voor de hand liggende - vragen inhoudelijk beantwoorden. Zo kon hij niet uitleggen hoe de apps precies werken, waar verantwoordelijkheden liggen, hoe gezorgd kan worden voor voldoende spreiding van het gebruik en - tamelijk cruciaal - of het gebruik van de apps verplicht gaat worden. Voorlopig moet het publiek het doen met de mededeling dat het ministerie de mogelijkheden onderzoekt.

Het is niet uit te sluiten dat de minister zich te enthousiast heeft laten meeslepen door positieve ervaringen met dergelijke apps in andere landen en zich niet voldoende voorbereid heeft op kritische kanttekeningen en vragen. Maar een vervelend gevolg van het haperende optreden van de bewindsman is dat een technologische oplossing die mensenlevens kan redden al voor de lancering met achterdocht wordt bekeken door een meerderheid van de potentiele gebruikers. Het risico is zelfs zeer reëel dat de commotie over privacy-waarborgen ervoor zorgt dat mensen de app links laten liggen. Een gemiste kans, want na deze intelligente lock-down moeten we ook zoeken naar een intelligente way-out. Het toepassen van intelligente technologie ligt daarbij voor de hand.

We moeten niet collectief op de rem trappen, maar het succes van de app valt of staat wel met transparantie en betrouwbaarheid. Zeker op het gebied van privacy is er een aantal aandachtspunten. Zo moet de overheid verantwoordelijkheid nemen voor de app en daarbij zorgen voor samenwerking met trusted partners. De nu gehanteerde term ‘anonieme ID’s’ is misleidend, want in termen van privacyrecht worden wel degelijk persoonsgegevens verwerkt. De app moet daarmee aan alle eisen van de AVG voldoen. Verplichte deelname is bovendien uitgesloten want daarvoor zou een specifieke wettelijke basis voor de inbreuk op het grondrecht van de bescherming van persoonsgegevens gecreëerd moeten worden. Het zijn slechts voorbeelden, maar vast staat dat er werk aan de winkel is. Daar zal de minister hetzelfde over denken.

Wat de rammelende aankondiging van beide apps goed laat zien is dat nieuwe technologische oplossingen of producten een ethisch-juridische toets moeten kunnen doorstaan om toekomstbestendig te zijn en misschien wel om überhaupt bestaansrecht te hebben. Om te komen tot dergelijke technologie en technologieproducten is het noodzakelijk afscheid te nemen van het conflictmodel zoals dat nu te vaak overheerst. In dat model helpen aan de ene kant juristen de aanbieders van technologieproducten met het optimaal benutten van de ruimte die regelgeving biedt, terwijl aan de andere kant de wetgever en toezichthouders in reactie daarop die regelgeving aanscherpen en strenger handhaven.

Het is tijd voor een model van co-creatie, waarin juridische, ethische en democratische waarden integraal onderdeel zijn van productontwikkeling. In zo’n model werken aanbieders van nieuwe technologie(producten) al bij die ontwikkeling samen met juristen. En dan niet enkel hun eigen juristen en advocaten, maar juist ook met vertegenwoordigers van de juridische wetenschap en van de toezichthouder. In het recente verleden stond de Registratiekamer - voorganger van de AP - open voor een constructieve dialoog om met bedrijven en overheidsorganisaties te komen tot optimale oplossingen. Die houding is ook in deze tijd - juist om de grondrechten van burgers te borgen - hard nodig.

Een krachtig normenkader en stevig toezicht blijven noodzakelijk, maar de focus moet tegelijkertijd liggen op verregaande samenwerking. Dan gaat het nadrukkelijk om samenwerking die niet gericht is op het ontwikkelen van beperkingen of slimme juridische loopholes, maar juist op het creëren van producten en diensten die de voordelen van technologie ontsluiten op een manier die belangrijke democratische waarden intact laat.

Als bij de verdere ontwikkeling van de corona-apps de beginselen van co-creatie alsnog worden omarmd is de kans groot dat wij straks de beschikking hebben over technologie die de samenleving structureel verder helpt én individuele rechten respecteert.


Meer artikelen van Kennedy Van der Laan

Dit artikel is ook te vinden in het dossier Coronavirus

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over privacy, cybersecurity en data. Abonneer op onze gratis nieuwsbrief.

Abonneer