Privacy op de werkvloer en het instemmingsrecht van de OR

04-12-2017

Boer, Itske de

Het instellen van een prikklok, het installeren van een black box in een bedrijfsauto of cameratoezicht op de werkvloer. Het zijn alledaagse voorbeelden van manieren waarop een ondernemer het doen en laten van zijn personeel na kan gaan. Hij moet daarbij wel rekening houden met hun recht op privacy.

Wist u dat daarbij een belangrijke rol is weggelegd voor de ondernemingsraad (OR)? De OR heeft namelijk een instemmingsrecht.

Instemmingsrecht en privacy
In de Wet op de ondernemingsraden (WOR) is geregeld dat de OR in moet stemmen met door een ondernemer voorgenomen besluiten over “… voorzieningen die gericht zijn op of geschikt zijn voor waarneming van of controle op aanwezigheid, gedrag of prestaties van de in de onderneming werkzame personen” (artikel 27 lid 1 sub l WOR). Dit worden ook wel “personeelsvolgsystemen” genoemd.

De gedachte achter de vereiste instemming van de OR is dat de – bedoeld of onbedoeld – door de ondernemer over zijn personeel verzamelde informatie (grote) gevolgen voor hun privacy kan hebben.

Stelt u zich eens voor: een ondernemer hangt camera’s op om de veiligheid van zijn personeel te waarborgen. Het cameratoezicht is ook een personeelsvolgsysteem, omdat ook het doen en laten van het personeel wordt vastlegt. Uit de beelden kan bijvoorbeeld op enig moment blijken dat een werkneemster van koffiedrinken en computerspelletjes doen haar dagtaak heeft gemaakt. Dit zou arbeidsrechtelijke consequenties voor haar kunnen hebben.

Instemming van de OR zorgt voor het benodigde draagvlak voor het besluit tot cameratoezicht. De OR is immers bij uitstek het orgaan dat de belangen van het personeel binnen een onderneming behartigt. Zonder instemming van de OR (of vervangende toestemming van de kantonrechter) was het besluit “nietig” geweest. De ondernemer had de camera’s in dat geval niet op mogen hangen.

Privacytoets: belangenafweging
Vanuit privacyrechtelijk oogpunt kan er vanuit worden gegaan dat, indien de OR heeft ingestemd met het besluit tot cameratoezicht, er is voldaan aan de zogenaamde “privacytoets” uit de Wet bescherming persoonsgegevens. Daarin worden de belangen van de ondernemer en het personeel bij het besluit tegen elkaar worden afgewogen. Of de camerabeelden waaruit blijkt dat een werkneemster niet naar behoren functioneert de toets ook kunnen doorstaan, is echter een andere vraag. De camera’s waren immers uitsluitend opgehangen met het doel om de veiligheid van het personeel te waarborgen, niet om hen te controleren. Daarmee had de OR waarschijnlijk ook nooit ingestemd. En mag de ondernemer de camerabeelden eigenlijk gebruiken als bewijs in een ontslagzaak tegen de werkneemster?

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over privacy, cybersecurity en data. Abonneer op onze gratis nieuwsbrief.

Abonneer