Nieuw per 1 juli 2021: Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR)

24-03-2021

Matthy van Paridon

Op 10 november 2020 heeft de Eerste Kamer het Wetsvoorstel Bestuur en Toezicht Rechtspersonen aangenomen. Hierdoor veranderen de regels voor onder andere coöperaties, stichtingen, verenigingen en onderlinge waarborgmaatschappijen. En wel vanaf 1 juli 2021.

Wat gaat er door de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen veranderen?

De wet leidt onder meer tot de volgende wijzigingen:

  • Voor verenigingen/stichtingen wordt het mogelijk om een raad van commissarissen in te stellen;
  • Voor stichtingen/verenigingen gelden straks ook bepalingen uit het BV/NV-recht over ‘behoorlijk bestuur’ en aansprakelijkheid bij faillissement wegens onbehoorlijk bestuur;
  • Voor de positie van bestuurder of commissaris met een tegenstrijdig belang komt een regeling;
  • Verduidelijking door de rechter van de regels voor ontslag van een stichtingsbestuurder.
  • U kunt als bestuurder (of commissaris) niet langer meer de meerderheid van stemmen (c.q. meer dan de andere bestuurders/commissarissen tezamen) krijgen.

Wat houden deze veranderingen in?

Als mede-bestuurder van een regionaal opererende coöperatieve huisartsenpost met zo’n 100 aangesloten huisartsen realiseerde ik mij pas hoe relevant de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen wordt.

Voor nu biedt de Governancecode Zorg uit 2017 een vorm van zelfregulering met zinvolle handvatten voor de governance. Net als bij het wetsvoorstel Bestuur en Toezicht Rechtspersonen staan professionalisering en verduidelijking van taak en verantwoordelijkheden van u als bestuurder of interne toezichthouder centraal. In beide regelingen worden de raad van commissarissen en de raad van toezicht als onderling uitwisselbaar gebruikt.

Hoe behoorlijk blijft behoorlijk bestuur?

U blijft als bestuurder onder het huidige recht en blijkens de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen gehouden om uw taak behoorlijk te vervullen. Hoewel in de huidige wetgeving niets is geregeld omtrent de behoorlijke taakvervulling van u als bestuurder of commissaris bij bijvoorbeeld coöperaties, wordt in de rechtspraak soms wel degelijk uw toezicht als onbehoorlijk beoordeeld. Zo kan een curator in een faillissementssituatie u als bestuurder of commissaris al met een bewijsvermoeden aanspreken voor onbehoorlijk bestuur. Bijvoorbeeld als u de jaarrekening te laat heeft gedeponeerd en wordt vermoed dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement.

De Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen bevat een bewijsvermoeden op grond waarvan u als bestuurder of commissaris van onder andere coöperaties zowel in als buiten faillissement aansprakelijk gesteld kunt worden voor onbehoorlijke taakvervulling. Hierdoor loopt u als bestuurder of commissaris sneller (en dus een groter) risico, omdat voor het bewijsvermoeden een faillissement niet meer nodig is.

Advies: verdiept u zich in (gedrags)codes goed bestuur en handel er naar

U dient zich als bestuurder of toezichthouder rekenschap te geven van de mogelijke gevolgen van falend toezicht. Zowel in de profit als de non-profit sector is het allang geen erebaantje meer. Zorg dat u kennis neemt van relevante branchespecifieke governance codes of gedragscodes goed bestuur. Nóg belangrijker: zorg dat u ernaar handelt en er de tijd en energie in steekt om behoorlijk uw werk te doen.



Meer artikelen van RWV Advocaten

Van onze partners

Financieel toezicht in vogelvlucht

→ Lees meer

Wwft cursussen

→ Lees meer

Governance en financieel toezicht

→ Lees meer

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over privacy, cybersecurity en data. Abonneer op onze gratis nieuwsbrief.

Abonneer