E-health zonder juridische obstakels

10-04-2020

De uitbraak van het coronavirus (COVID-19) leidt wereldwijd tot overbelasting van zorginstellingen. Ziekenhuizen hebben hun handen vol aan Corona patiënten, waardoor de zorg aan reguliere patiënten in de knel komt. Om de druk op zorgaanbieders te verlichten en verdere verspreiding van het virus te voorkomen, worden in Nederland verschillende maatregelen getroffen. Waar mogelijk, wordt het fysieke contact tussen patiënten en zorgverleners vermeden. Digitale toepassingen voor zorg op afstand, zoals e-consulten, beeldbellen en telemonitoring, kunnen een uitkomst bieden.

Auteurs: Tamilla Abdul-Aliyeva & Patrick Wit

Van dergelijke digitale toepassingen, ook wel e-health, maken veel zorgaanbieders al veelvuldig gebruik. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), die als marktmeester toezicht houdt op de tarieven en prestaties die zorgaanbieders bij zorgverzekeraars in rekening mogen brengen, erkent de noodzaak om in de huidige coronacrisis meer gebruik te kunnen maken van e-health toepassingen. Zo gaat de NZa voor de medisch specialistische zorg haar regelgeving voor face-to-faceconsulten tijdelijk verder verruimen. Ook een eerste digitaal of telefonisch consult kan daardoor bij de zorgverzekeraar worden gedeclareerd.

Daarnaast heeft het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een speciale noodregeling in het leven geroepen voor zorgaanbieders die extra willen investeren op digitale toepassingen voor zorg op afstand (de zogenoemde Stimuleringsregeling e-health).

Het is evident dat aanbieders van e-health met hun diensten uitkomst kunnen bieden voor de ontstane situatie als gevolg van de pandemie. Voor juristen is het zaak de uitrol van dit soort diensten, maximaal te ondersteunen. Hieronder leggen wij op hoofdlijnen uit wat de belangrijkste juridische aspecten zijn waarmee e-health leveranciers en zorgaanbieders rekening moeten houden.

Informatieplicht bij dienst op afstand

Voor zorgverleners die hun diensten online aanbieden, is het regime voor elektronische handel van toepassing. Relevant is met name artikel 3:15d BW, waarin de algemene informatieplicht voor verleners van diensten van de informatiemaatschappij (i.e. online diensten waarbij sprake is van een economische activiteit, zoals e-health) is verankerd.

Op grond van artikel 3:15d BW moet degene die diensten via het internet aanbiedt, de afnemers over een aantal zaken informeren. In geval van e-health betreft dit de volgende informatie:

  • Naam, postadres, e-mailadres en bezoekadres van de zorgverlener;
  • In geval van BIG-geregistreerde zorgverleners: BIG-titel en BIG-registratienummer en de wijze waarop deze gegevens kunnen worden gecontroleerd;
  • De beroepstitel en de beroepsvereniging waarbij de zorgverlener is aangesloten;
  • Verwijzing naar relevante beroepsregels die in Nederland van toepassing zijn en de wijze van toegang daartoe;
  • Gegevens die een snel contact en een rechtstreekse communicatie met hem mogelijk maken, bijvoorbeeld een telefoonnummer waarop hij bereikbaar is in geval van spoed.

Ook als zorg wordt verleend via of met gebruikmaking van e-health toepassingen komt een geneeskundige behandelovereenkomst tot stand. Onder meer de informatieplicht op grond van de Wet op geneeskundige behandelovereenkomst (Wgbo), geldt daarom onverkort bij het gebruik van e-health. Zo vereist de Wgbo dat de zorgverlener de patiënt duidelijk en desgevraagd schriftelijk inlicht over o.a. het voorgenomen onderzoek, de voorgestelde behandeling en de ontwikkelingen omtrent het onderzoek, behandeling en gezondheidstoestand van de patiënt. Als daarbij e-health toepassingen worden gebruikt, moet hij de patiënt daarover op dezelfde manier informeren.

Software als medisch hulpmiddel

Zorgaanbieders moeten erop bedacht zijn dat e-health toepassingen, op zichzelf of samen met een ander product, kunnen kwalificeren als medische hulpmiddelen en dus onder de werking van de Wet op medische hulpmiddelen (Wmh) kunnen vallen. Daarnaast kwalificeren sommige medische apps als een medisch hulpmiddel. Naast de verplichting die rust op fabrikanten en leveranciers van medische hulpmiddelen om zich aan de Wmh te houden, gelden ook voor zorgaanbieders een aantal verplichtingen wanneer zij gebruikmaken van medische hulpmiddelen. Zo vereist de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) dat zorgaanbieders een procedure in huis hebben voor het aanleggen van een dossier voorafgaand aan de verwerving van een medisch hulpmiddel.

Veilig gebruik van e-health

Zorgaanbieders die e-health aanbieden hebben de verplichting om te zorgen dat de inzet van e-health tot goede en veilige zorg leidt. Vooral de Wet kwaliteit klachten en geschillen in de zorg (Wkkgz) is daarbij relevant. De Wkkgz verplicht zorgaanbieders onder meer om een goede inschatting te maken van de risico’s die het werken met e-health met zich meebrengt. Daarnaast moeten zorgaanbieders taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden en bekwaamheidseisen voor degenen die betrokken zijn bij digitale zorgverlening schriftelijk vastleggen. Tot slot eist de IGJ dat dat zorgaanbieders zich aan de kwaliteitseisen uit NEN 8028 moeten houden.

Verwerking persoonsgegevens

Door middel van e-health toepassingen verwerken zorgaanbieders persoonsgegevens van patiënten. Zij moeten zich bij de verwerking houden aan de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Op grond van de AVG geldt onder meer dat zorgaanbieders patiënten goed moeten informeren over wat er met hun persoonsgegevens gebeurt. Daarnaast geldt op grond van het beginsel van dataminimalisatie dat zorgaanbieders niet meer patiëntgegevens mogen verwerken dan noodzakelijk. Een andere belangrijke verplichting is dat zorgaanbieders de patiëntgegevens goed moeten beveiligen. Volgens de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) bestaat een passend beveiligingsbeleid voor patiëntgegevens onder meer uit authenticatie, autorisatie, logging en controle van de toegang en bewustwording van medewerkers ten aanzien van informatiebeveiliging. Tot slot geldt ten aanzien van gegevensuitwisseling tussen verschillende zorgaanbieders dat dit slechts toegestaan is wanneer de patiënt hierover geïnformeerd wordt en zijn of haar toestemming geeft.

Kort en goed, e-health kan een goede bijdrage leveren aan het oplossen van de huidige knelpunten in de zorg. Als leverancier en zorgaanbieder een paar belangrijke punten in acht nemen, kan de uitrol ook op korte termijn plaatsvinden.


Meer artikelen van Kennedy Van der Laan

Dit artikel is ook te vinden in de dossiers Coronavirus en Privacy in de zorg

Van onze partners

Opleiding Privacy in het sociaal domein - 3 daags

Met deze driedaagse opleiding wordt u opgeleid tot privacy professional in het sociaal domein.

→ Lees meer

Cursus: werken aan een privacybewuste organisatie

Na deze afwisselende en interactieve cursus kunnen deelnemers een privacybewustzijnsproces in hun eigen organisatie initiëren.

→ Lees meer

Privacy in de zorg

→ Lees meer

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over privacy, cybersecurity en data. Abonneer op onze gratis nieuwsbrief.

Abonneer